Noord-Zweden.

  • a. Ångermanlandgraniet

    • 1. Ångermanlandgraniet. Rots. Sund t.n.v. Nordingrå.
    • 2. Ångermanlandgraniet. Rots t.n.v. Nordingrå.
    • 3. Ångermanlandgraniet. Detail van foto 2.
    • 4. Ångermanlandgraniet. Rots. T.n.v. Nordingrå.
    • 5. Ångermanlandgraniet. Detail van foto 4.

    Ångermanlandgraniet.

    Deze granieten zijn afkomstig uit het gebied ten noorden van Nordingrå in het kustgebied tussen Sundsvall en Örnsköldsvik.
    Nr. 1 is een grijsrode graniet met rechthoekige of afgeronde, perthitische kaliveldspaten, waarvan de rand gewoonlijk iets van kleur verschilt met de rest. De meeste zijn niet groter dan ongeveer 0,5 cm. Deze kaliveldspaten liggen in een grondmassa van zwarte mineralen, wat lichtgekleurde plagioklazen en bruingrijze kwartsen. Bij de zwarte mineralen is hoornblende opvallender aanwezig dan biotiet. Fijne grafische vergroeiingen zijn ook met een loep niet te vinden.

    Nr. 2 lijkt wat kleur betreft veel op nr. 1. Ook hier is de kleur roodgrijs. Vooral op het zaagvlak maakt de steen een granietporfierische, rapakivi-achtige indruk. Op het eerste gezicht vertoont het gesteente veel overeenkomsten met nr. 1, maar onder de loep vertonen zich veel granofirische vergroeiingen, die vooral te vinden zijn in de randzone van en tussen de kaliveldspaten. Ook vrije kwartsen komen veelvuldig voor. Ze zijn bruingrijs van kleur. Opvallend zijn de witte opvullingen van kalkspaat, waarin zich vaak fijne vergroeiingen met kwarts bevinden.(Nr. 3) Zandstra (Gidsgesteenten 1988 blz. 133) maakt melding van deze holteopvullingen in Ångermanland-granofier. Het verschil met het door hem als Ångermanland-granofier beschreven gesteente is echter, dat de granofierische vergroeiingen in deze steen eigenlijk niet met het blote oog zichtbaar zijn.

    Nr. 4 is een sterk granofirische graniet, met zowel kwartsvergroeiingen als vrije kwartsen en vrij veel aggregaten van donkere mineralen. Deze donkere mineralen (Vooral hoornblende) zijn deels omgezet in een donkergroenzwarte massa. Zandstra noemt dit verschijnsel bij de beschrijving v an de Ulvögraniet. (Platenatlas nr. 80) Mogelijk hebben we hier, ook vanwege de vele granofierische vergroeiingen, te maken met een overgangsgesteente naar deze Ulvögraniet 
     

  • b. Ångermanlandgranietporfier

    • 1. Granietporfier t n.v. Nordingrå
    • 2. Granietporfier. Detail van foto 1.

    Ångermanland-granietporfier

    Wat kleur en samenstelling betreft komt dit gesteente grotendeels overeen met enkele reeds beschreven granieten van Ångermanland. Het zwart-roze gevlekte gesteente heeft een aantal witroze perthitische kaliveldspaten waarvan vele een soms wat onduidelijke geelbruinige rand hebben. De grondmassa bestaat uit een mengsel van roze kaliveldspaat, witachtige plagioklaas en een aantal grotere en kleine aggregaatjes van hoornblende en wat biotiet. De kwarts is bruingrijs. Onder een loep zien we een groot aantal fijn grafische vergroeiingen van kwarts en kaliveldspaat, vooral ook in de randzone van de kaliveldspaten. (Zie nr. 2)

  • c. Ångermanlandgranofier

    • 1. Granofier. Rots. Skuleberget.
    • 2. Granofier. Detail van foto 1.

    Ångermanland-granofier

    De vele vergroeiingen van kwarts en veldspaat zijn in deze steen met het blote oog al duidelijk zichtbaar. In de grondmassa liggen een aantal rechthoekige en afgeronde rode veldspaten, Naast allerlei granofirische vergroeiingen in de grondmassa zijn er fijngrafische vergroeiingen van kwarts en veldspaat dicht rondom de veldspaten. Naast de kwarts in de vergroeiingen komen ook een groot aantal grijze afgeronde kwartsen voor. Plagioklaas is vooral door de bruinrode kleur onopvallend. Het zwarte mineraal is vooral hoornblende. Het komt voor in aggregaatjes en vormt af en toe met de kwartsen wat pyterlietachtige kransjes om de veldspaten.
    Kenmerkend zijn de kleine, witte holteopvullingen van kalk- en of vloeispaat. Hierdoor is het gesteente duidelijk van gesteenten van Åland te onderscheiden. 
     

  • d. Ångermanlandrapakivi

    • 1. Ångermanlandgesteenten. Herkomstgebied.
    • 2. Ångermanlandrapakivi. Zwaagwesteinde.
    • 3. Ångermanlandrapakivi. N.O.P.
    • 4. Ångermanlandrapakivi. Detail van footo 3.

    Ångermanlandrapakivi

    Ångermanlandrapakivi’s zijn afkomstig uit de omgeving van Nordingrå.
    Het gesteente heeft een tamelijk fijnkorrelige, fijngrafische, roodachtige grondmassa. In de grondmassa liggen een klein aantal geringde, meestal grote veldspaten en een aantal kleinere, zonder plagioklaasmantel. Hier en daar ligt een ronde grijze kwartskorrel. Verspreid over het gesteente liggen donkere vlekjes van biotiet en hoornblende
     

  • e. Ångermanland-tweeglimmergraniet

    • 1. Tweeglimmergraniet. Omg. Klazinaveen.
    • 2. Tweeglimmergraniet. Emmerschans.
    • 3. Tweeglimmergraniet. Detail van foto 2.
    • 4. Tweeglimmergraniet. Drogeham.
    • 5. Tweeglimmergraniet Drogeham.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Tweeglimmergraniet. Veenwouden.

    Ångermanland-tweeglimmergraniet.

     Een lichtgekleurde graniet. (Van wit tot bleekrood) Meestal fijnkorrelig. Grotere kwartsen komen meestal niet voor. Kwarts komt regelmatig verspreid voor over het gesteente. Soms is de kwarts ten gevolge van drukverschijnselen suikerkorrelig.
    De biotiet is fijnverdeeld. De muscoviet ligt nog al eens in kleine groepjes. Muscoviet is groter dan biotiet. De kaliveldspaat in de grondmassa bestaat deels uit microklien
     

  • f. Anorthosiet-/Monzogabbro's

    • 1. Anorthosietgabbro. N.O.P.
    • 2. Detail van foto 1
    • 3. Anothosietgabbro. Als. Dk
    • 4. Anorthosietgabbro.. Rots. Omg. Nordingra.
    • 5. Anorthosietgabbro. Als.Dk
    • 6. Anorthosietgabbro. Als. Dk.
    • 7. Detail van foto 6
    • 8. Monzogabbro. Hindsholm. Dk
    • 9. Monzogabbro.. Emmerschans.
    • 10. Detail van foto 9.
    • 11. Monzogabbro.. Emmerschans.
    • 12. Detail van foto 11.

    Anorthosiet-/Monzogabbro's. (1,58 miljard jaren)

    De oude naam die voor deze gesteenten werd gebruikt, was “Syenietgabbro van Ångermanland”.
    Deze naam klopt echter niet meer omdat men gabbro’s met meer dan 10% kaliveldspaat tegenwoordig betitelt als “Monzogabbro”. De anorthosietgabbro’s onder deze stenen komen ook niet voor de naam in aanmerking, omdat kaliveldspaat geheel of bijna geheel ontbreekt.
    Ook over de herkomstgebieden wordt anders gedacht. Dit soort stenen komt inderdaad voor in Ångermanland, maar Huisman wijst er in “Kijk eens omlaag.nl” op dat er ook voorkomens zijn op Åland en dat dit de reden is, dat deze gesteenten relatief veel op de Hondsrug worden gevonden. Dat juist twee van onze fraaiste stenen uit Emmerschans afkomstig zijn zou dan ook geen toeval zijn.
    Beide gesteenten bestaan vaak uit fraaie grote groengrijsblauwe plagioklaastabletten, die vooral aan de buitenkant van een steen opvallend kunnen zijn. Deze plagioklaas is vooral groenachtig van kleur. De blauwe schittering enkele detailfoto’s geeft aan, dat we hier te maken hebben met labradoriet. De andere mineralen, die tussen de plagioklaastabletten ingeklemd liggen bestaan vooral uit hoornblende, augiet en biotiet. Bij de monzogabbro’s uiteraard aangevuld met kaliveldspaat.
    De kaliveldspaat in de monzogabbro’s is ontstaan, doordat granitisch magma uit omringend gesteente tijdens de stolling is binnengedrongen. Ze bevinden zich dan ook vooral aan de randen van de massieven. Rotsen van het moedergesteente komen voor in de omgeving van Nordingrå in Ångermanland.
     

  • g. Ragundagraniet.

    • 1. Ragundagesteenten. Herkomstgebied.
    • 2. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 5. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 8. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 9. Detail van foto 8
    • 10. Ragundagraniet. Opende.
    • 11. Ragundagraniet. N.O.P.
    • 12. Ragundagraniet. N.O.P.
    • 13. Ragundagraniet. Eernewoude.

    Ragundagraniet. (Ong. 1,5 miljard jaren)

    Ragundagranieten komen voor in en rond de plaats Ragunda.
    De stenen hebben rapakivikenmerken. In een gewoonlijk (zalm)roodachtige grondmassa liggen vaak breedrechthoekige veldspaten, die worden omgeven door grijs tot bruinachtige kwartskorrels.Beide kleuren komen voor in dezelfde steen. In sommige variëteiten ligt de kwarts in kransen of in groepjes.
    Sommige kaliveldspaten hebben een plagioklaasring. Plagioklaas komt soms weinig voor. Meestal echter ligt het als zelfstandige kristallen in de grondmassa. Het zwarte mineraal is vooral biotiet. Het komt in wisselende hoeveelheden verspreid voor door het gesteente.
    Nr. 8 is een zure Ragundagraniet. Het gesteente heeft opvallend weinig donkere mineralen.

     

  • h. Ragundagranietporfier.

    • 1. Granietporfier. Rots. Omg. Ragunda.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Granietporfier. Rots. Omg. Ragunda.
    • 4. Ragundagranietporfier. Flyvesandet. Dk
    • 5. Ragundagranietporfier. Als. Dk
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Ragundagranietporfier. Als. Dk

    Ragunda-granietporfier. (1,6 -1,4 miljard jaren)

    De door biotiet en hoornblende gespikkelde grondmassa van dit gesteente is bruin- tot roodachtig van kleur. In deze grondmassa liggen roze en/of witachtige, vaak wat ovale kaliveldspaten. Een aantal heeft een mantel van witte plagioklaas. Soms zijn er kleine zelfstandige plagioklazen. Kwarts komt, in wisselende hoeveelheden voor. De vorm is hoekig of afgerond. Een belangrijk kenmerk van het gesteente is het voorkomen van xenolieten. (insluitsels van een vreemd gesteente)

  • i. Ragundakwartsporfier

    • 1. Ragundakwartsporfier. Flyvesandet. Dk
    • 2. Ragundakwartsporfier. Detail van foto 1.
    • 3. Ragundakwartsporfier.Werpeloh.
    • 4. Ragundakwartsporfier. Jutland. Dk
    • 5. Detail van foto 4.

    Ragunda-kwartsporfier. (1,6 -1,4 miljard jaren)

    In een gespikkelde, granitische grondmassa zien we een groot aantal opvallende, afgeronde, idiomorfe kwartsen. De lichtgekleurde veldspaten zijn vaak omgeven door een roodachtige of grijze rand. In de grondmassa liggen een groot aantal donkere aggregaten, die voornamelijk uit biotiet bestaan en de steen een gespikkeld uiterlijk geven. De kwartsen zijn grijs van kleur en rond of wat afgerond van vorm. Het gesteente is te onderscheiden van bepaalde Ålandporfieren door de gespikkelde grondmassa en de grijze mantels om een aantal kaliveldspaten. (Nr.2) Bij de Ålandporfieren zijn deze donkerrood.
    Uitgaande van de grondmassa kunnen we deze stenen ook rekenen tot de granietporfieren.

     

  • j. Rätangraniet.

    • 1. Rätangraniet. Herkomstgebied.
    • 2. Rätangraniet. Rots t.z.v. Rätan.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Rätangraniet. Rots. Harjedalen. Zw.
    • 5. Rätangraniet. Rots. Omg. Rätan.
    • 6. Rätangraniet. Als. Dk.
    • 7. Detail van foto 6.

    Rätangraniet.

    Dit gesteente heeft een aantal opvallend grote lichtrode rechthoekige of afgeronde kaliveldspaten. (Microklienperthiet). De veldspaten hebben een duidelijke zonaire opbouw. Een deel van de microklien vormt Karlsbader Tweelingen. Binnen de veldspaten komen plagioklaasinsluitsels voor. De meeste plagioklaas vinden we in gewoonlijk rechthoekige tabletten in de tussenmassa. Ook bij deze plagioklazen komt een zonaire opbouw voor.
    Verder vinden we in de grondmassa onopvallende grijze kwarts en aggregaten van biotiet en hoornblende. Verspreid door de gehele grondmassa vinden we een grote hoeveelheid kleine gele titanietkorrels, die vooral met een loep goed zichtbaar zijn. Ook vertoont zich wat roodachtige apatiet.
    Deze stenen tonen één van de types. Er zijn ook fijnkorreliger en meer roodgekleurde typen. (Zie hiervoor de website: Skan-Kristallin.)

     

  • k. Rätangraniet. Gedeformeerd.

    • 1. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 2. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 5. Rätangraniet. Gedef. Als. Dk.
    • 6. Rätangraniet. Gedef. Detail van foto 5.
    • 7. Rätangraniet. Gedef. Tietjerk.
    • 8. Rätangraniet. Gedef. Opende.
    • 9. Rätangraniet. Gedef. Drachten.
    • 10. Rätangraniet. Gedef. Tietjerk.
    • 11. Rätangraniet. Gedeformeerd. Damwoude.
    • 12. Rätangraniet. Gedeformeerd. Nij Beets
    • 13. Rätangraniet. Gedef. Harjedalen.
    • 14. Detail van foto 13.

    Rätangraniet. Gedeformeerd. (1,8 miljard)

    Een gesteente dat zich kenmerkt door deformatieverschijnselen in de vorm van gelaagdheid en verbrijzelde mineralen. De hoofdkleuren van gedef. Rätangraniet zijn rood en groen/geel. Opvallend zijn de tot 2 cm grote, roodachtige, afgeronde kaliveldspaten. Het gesteente bevat veel meer witgele of lichtgroene plagioklaas dan kaliveldspaat. De plagioklaas toont vaak vierkante, (soms zonaire) vormen.
    Kwarts komt voor in wisselende hoeveelheden. De kleur is grijs of zwakblauw. De donkere mineralen hoornblende en biotiet vertonen vaak strepen. Kenmerkend voor Rätangraniet is het rijkelijk voorkomen van grote gele titanietkristallen. (Nr.6)
     

  • l. Revsundgraniet

    • 1. Revsundgranieten. Herkomstgebied.
    • 2. Revsundgraniet. Rots.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Revsundgraniet. Als. Dk.
    • 5. Revsundgraniet. Kås Strand. Dk.
    • 6. Revsundgraniet. Klein Waabs. D.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Revsundgraniet. Zevenhuizen.
    • 9. Revsundgraniet. Rots.
    • 10. Revsundgraniet. Rots.
    • 11. Detail van foto 9.
    • 12. Revsundgraniet. N.O.P.
    • 13. Detail van foto 12.
    • 14. Revsundgraniet. Als. Dk.
    • 15. Revsundgraniet. Drachten.
    • 16. Revsundgraniet. Drachten.
    • 17. Revsundgraniet. Schoonloo.
    • 18. Detail van foto 17.

    Revsundgraniet. (1,8 miljard)

    Revsundgranieten komen wat porfierisch over. De verschillende variëteiten zijn afkomstig uit een groot gebied van wel 18.000 km2.
    Revsundgranieten zijn te verdelen in twee variëteiten n.l. rode en grijze Revsundgranieten. (Björnagraniet en Pilgrimstadgraniet) Het zijn groffe bonte gesteenten met over het algemeen grote breedrechthoekige kaliveldspaten. Ze zijn over het algemeen arm aan insluitsels. Deze kaliveldspaten zijn meestal z.g. Karlsbader Tweelingen. Vaak liggen de veldspaten lineair gerangschikt. (Bijv. nr. 6)
    De grondmassa is grofkorrelig. De kwartsen zijn tot 1 cm groot en blauwachtig, lichtgrijs of bruingeel van kleur.De korrelgrenzen tussen kwarts en veldspaat zijn onregelmatig. De plagioklaaskristallen wit tot licht groenachtig van kleur en soms tot 2 cm groot. Biotiet is aanwezig in grote zwarte aggregaten. Soms bevat het gesteente ook granaten
     

  • m. Revsundgraniet. (Sörvik type)

    • 1. Sörvikgraniet. Rots.
    • 2. Sörvikgraniet. Detail van foto 1.
    • 3. Sörvikgraniet. Rots. Vimmervattnet
    • 4. Detail van foto 3
    • 5. Sörvikgraniet. Trimunt.
    • 6. Detail van foto 5.

    Sörvikgraniet.

    Sörvikgraniet is afkomstig uit het grensgebied van Ångermanland en Jämtland. Deze variëteit van Revsundgraniet verschilt nogal in uiterlijk. We tonen hier twee verschillende typen Het gesteente is over het algemeen grijsachtig van kleur. Deze kleur wordt vooral bepaald door de kaliveldspaten. De grote veldspaten liggen soms wat in rijen of aggregaten. De donkere kwartsen zijn sterk afgerond. Dit is een belangrijk kenmerk.zie nr. 2. (De kwarts is hier blauwachtig van kleur.) Lichtgekleurde plagioklaas komt vrij veel voor. De graniet is opvallend gevlekt door aggregaten van donkere mineralen. Sörvikgraniet verweert gemakkelijk en krijgt dan aan de buitenkant een roodachtige kleur. (Gegevens uit: “Gidsgesteenten” Zandstra 1988)

     

     

  • n. Sorselegraniet

    • 1. Sorselegraniet. Herkomst.
    • 2. Sorselegraniet.
    • 3. Detail van foto 2.

    Sorselegraniet.  (1800 miljoen jaren)

    Sorselegranieten zijn afkomstig uit het uiterste noorden van Zweden, waar verschillende typen voorkomen. Het zijn niet gedeformeerde, wat porfierachtige granieten met een wat bruinachtige tot soms een iets roodachtige, fijnkorrelige grondmassa. In deze grondmassa liggen een zeer groot aantal, deels idiomorfe eerstelingen, die over het algemeen kleiner zijn dan 1 cm. Deze eerstelingen zijn kaliveldspaten (pijl 1), die in kleur iets van de grondmassa verschillen en grijsgevlekte plagioklazen, die in ons voorbeeld soms ook iets groenachtig van kleur zijn. (Pijl 2) Sommige kaliveldspaten hebben een lichte plagioklaasrand, maar in ons voorbeeld is dit slecht zichtbaar. Dit geldt ook voor de rhombenvormige rand, die sommige plagioklazen bezitten. Pijl 3 toont een wat onduidelijk voorbeeld.
    Sorselegranieten bezitten twee generaties kwarts van grijs tot bruinachtige kleur. De eerste generatie bestaat uit kleine losse kwartskorrels van enkele mm grootte, die verspreid in het gesteente voorkomen. (Pijl 4). De meeste kwarts bestaat echter uit kleine meestal hoekige figuurtjes, die overal tussen de veldspaten voorkomen (Pijl 5) en soms grafische vergroeiingen vormen met de kaliveldspaat.
    De zwarte mineraalaggregaten bestaan uit vooral uit hoornblende en wat biotiet. Het percentage zwarte mineralen wisselt nog al in de verschillende variëteiten.
    Opvallend in een aantal typen zijn de donkere naaldjes langs de randen van de veldspaten. In ons voorbeeld zijn ze echter nauwelijks aanwezig.
    Deze steen is gevonden door R. Baken, die de juiste naam destijds niet heeft kunnen vinden, waardoor de steen in de vergetelheid is geraakt en we over de vindplaats slechts kunnen zeggen, dat de Duitse Oostzeekust of het Deense eiland Als waarschijnlijk de vindplaats is.
    Wie meer wil weten over dit interessante gesteente kan daarvoor terecht op http://jpruntel.home.xs4all.nl/sorsele.html of http://www.kristallin.de/Schweden/Sorsele/Sorsele-Granit.htm#1.
    Officieel hoort de Sorselegraniet nog niet tot de gidsgesteenten, maar het gesteente heeft dusdanige unieke kenmerken, dat dit wellicht spoedig wel het geval zal zijn.

         

     

                      Terug naar Noord-Zweden/Botnische Golf                    Terug naar Startpagina