Noord-Zweden.

  • a. Ångermanland-tweeglimmergraniet

    • 1. Tweeglimmergraniet. Omg. Klazinaveen.
    • 2. Tweeglimmergraniet. Emmerschans.
    • 3. Tweeglimmergraniet. Detail van foto 2.
    • 4. Tweeglimmergraniet. Drogeham.
    • 5. Tweeglimmergraniet Drogeham.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Tweeglimmergraniet. Veenwouden.

    Ångermanland-tweeglimmergraniet.

    Een lichtgekleurde graniet. (Van wit tot bleekrood) Meestal fijnkorrelig. Grotere kwartsen komen meestal niet voor. Kwarts komt regelmatig verspreid voor over het gesteente. Soms is de kwarts ten gevolge van drukverschijnselen suikerkorrelig.
    De biotiet is fijnverdeeld. De muscoviet ligt nog al eens in kleine groepjes.
    Muscoviet is groter dan biotiet. De kaliveldspaat in de grondmassa bestaat deels uit microklien
     

  • b. Leuco-/Monzogabbro's van Nordingrå

    • 1. Leucogabbro. N.O.P.
    • 2. Detail van foto 1
    • 3. Leucogabbro. Als. Dk
    • 4. Leucogabbro.. Rots. Omg. Nordingra.
    • 5. Leucogabbro. Als.Dk
    • 6. Leucogabbro. Als. Dk.
    • 7. Detail van foto 6
    • 8. Monzogabbro. Hindsholm. Dk
    • 9. Monzogabbro.. Emmerschans.
    • 10. Detail van foto 9.
    • 11. Monzogabbro.. Emmerschans.
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Monzogabbro v Ǻngermanland. Norg. Collectie R. Nolles.
    • 14. Detil van foto 13.

    Leuco-/Monzogabbro's van Nordingrå (1,58 miljard jaren)

    De oude naam die voor deze gesteenten werd gebruikt, was “Syenietgabbro van Ångermanland”.
    Deze naam klopt echter niet meer omdat men gabbro’s met meer dan 10% kaliveldspaat tegenwoordig betitelt als “Monzogabbro”. Relatief lichtgekleurde gabbro's zonder of met erg weinig kaliveldspaat krijgen het voorvoegsel "Leuco". 
    Ook over de herkomstgebieden wordt anders gedacht. Dit soort stenen komt inderdaad voor in Ångermanland, maar Huisman wijst er in “Kijk eens omlaag.nl” op dat er ook voorkomens zijn op Åland en dat dit de reden is, dat deze gesteenten relatief veel op de Hondsrug worden gevonden. Dat juist twee van onze fraaiste stenen uit Emmerschans afkomstig zijn zou dan ook geen toeval zijn.
    Beide gesteenten bestaan vaak uit fraaie grote groengrijsblauwe plagioklaastabletten, die vooral aan de buitenkant van een steen opvallend kunnen zijn. Deze plagioklaas is vooral groenachtig van kleur. De blauwe schittering op enkele detailfoto’s geeft aan, dat we hier te maken hebben met labradoriet. De andere mineralen, die tussen de plagioklaastabletten ingeklemd liggen bestaan vooral uit hoornblende, augiet en biotiet. Bij de monzogabbro’s uiteraard aangevuld met kaliveldspaat.
    De kaliveldspaat in de monzogabbro’s is ontstaan, doordat granitisch magma uit omringend gesteente tijdens de stolling is binnengedrongen. Ze bevinden zich dan ook vooral aan de randen van de massieven. Rotsen van het moedergesteente komen voor in de omgeving van Nordingrå in Ångermanland.

     

  • c. Leucogabbro uit Broeksterwoude.

    • 1. Leucogabbro van Ångermanland. Damwoude.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Detail van foto 1.
    • 4. Detail van foto 1.

    Leucogabbro.

    Tijdens werkzaamheden bij de aanleg van de autoweg “De Centrale As” in Noord-Friesland is bij Broeksterwoude in juli 2014 een grote gabbro uit het keileem te voorschijn gekomen. Vanwege zijn opvallend grote hoeveelheid lichtgekleurde plagioklaas behoort deze steen bij de Leucogabbro’s. De middellijn van het blok bedraagt 80-90 cm. Omdat we een dergelijke vondst, vooral van deze grootte in Noord-Friesland toch wel heel bijzonder vinden, besteden we aan deze steen extra aandacht. Bij de eerste aanblik valt de ligging van de donkere mineralen meteen al op. Deze mineralen liggen tussen grote lichtgekleurde plagioklaaseerstelingen ingeklemd. Vooral op de detailfoto’s is dit goed zichtbaar.. Deze donkere mineralen bestaan vooral uit pyroxenen (augiet), De groenachtige kleur in de donkere mineralen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door in hoornblende (oeraliet) omgezette augiet. Dit is vooral goed zichtbaar op detailfoto 2. Verder is de roestvorming opvallend. Dit wordt vooral veroorzaakt door verwering van augiet. De bruine roest is goed te zien op foto 1. Roestvorming is kenmerkend voor dit soort gesteente.
    Kaliveldspaat is (ook met de loep) niet te vinden. Mogelijk komt het mineraal voor in zeer kleine hoeveelheden, maar ook in dat geval zijn de namen syenietgabbro of monzogabbro niet gerechtvaardigd. Het kleine aantal bruinrode voorkomens lijken te zijn ontstaan door roestvorming. Kwarts is niet zichtbaar.
    Dit soort Leucogabbro’s behoort tot de gidsgesteenten en is afkomstig uit Ångermanland in Noord-Zweden.

    De steen is inmiddels in bezit van het IJstijdenmuseum. 


     

  • d. Nordingrå-granofier.

    • 1. Granofier. Rots. Skuleberget.
    • 2. Granofier. Detail van foto 1.

    Granofier van Nordingrå.

    De vele vergroeiingen van kwarts en veldspaat zijn in deze steen met het blote oog al duidelijk zichtbaar. In de grondmassa liggen een aantal rechthoekige en afgeronde rode veldspaten, Naast allerlei granofirische vergroeiingen in de grondmassa zijn er fijngrafische vergroeiingen van kwarts en veldspaat dicht rondom de veldspaten. Naast de kwarts in de vergroeiingen komen ook een groot aantal grijze afgeronde kwartsen voor. Plagioklaas is vooral door de bruinrode kleur onopvallend. Het zwarte mineraal is vooral hoornblende. Het komt voor in aggregaatjes en vormt af en toe met de kwartsen wat pyterlietachtige kransjes om de veldspaten.
    Kenmerkend zijn de kleine, witte holteopvullingen van
    kalk- en of vloeispaat. Hierdoor is het gesteente duidelijk van gesteenten van Åland te onderscheiden. 
     

  • e. Nordingrå. Rapakivigraniet.

    • 1. Herkomstgebied. Nordingrå-rapakivigranieten.
    • 2. Nordingrå-rapakivigraniet. Rots. Sund t.n.v. Nordingrå.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Nordingrå-rapakivigraniet.. Rots t.n.v. Nordingrå.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Nordingrå-rapakivigraniet. Rots. T.n.v. Nordingrå.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Nordingrå-rapakivigraniet. Rots. T.n.v. Nordingrå.
    • 9. Detail van foto 8.

    Rapakivigranieten van Nordingrå. (1,5 jiljard jaren)

    Deze rapakivigranieten zijn afkomstig uit het gebied ten noorden van Nordingrå in het kustgebied tussen Sundsvall en Örnsköldsvik. Ze vertonen duidelijk rapakivikenmerken. In alle stenen vinden we duidelijk twee generaties kwarts. (Vrije kwartsen en kwartsen in de fijngrafische vergroeiingen tussen kwarts en kaliveldspaat). De fijngrafische vergroeiingen vinden we zowel langs de randen van de kaliveldspaten als in de grondmassa. De kwarts is vaak wat bruinachtig van kleur. Donkere mineralen (biotiet, hoornblende) en kwarts vormen gewoonlijk kransen rond de vaak hoekige kaliveldspaten, zodat soms een wat pyterlitisch uiterlijk ontstaat. De kaliveldspaten zijn vaak sterk perthitisch. Plagioklaasranden rond de kaliveldspaten komen in onze voorbeelden niet voor. Plagioklaas is gewoonlijk onopvallend aanwezig. Het is grijs van kleur en de hoeveelheden zijn meestal klein. In sommige stenen vinden we insluitsels van calciet.
    De Nordingrå-rapakivigranieten worden ook wel eens Ǻngermanlandrapakivigranieten genoemd. Ze komen namelijk uit de provincie Ǻngermanland.

     

    De steen op foto 2 is vanwege het grote aantal opvallende kaliveldspaten eigenlijk een porfierische rapakivigraniet.
    Nr. 4 lijkt wat kleur betreft veel op nr. 2. Opvallend zijn de witte opvullingen van kalkspaat, waarin zich vaak fijngrafische vergroeiingen van kwarts bevinden. Zandstra (Gidsgesteenten 1988 blz. 133) maakt melding van deze holteopvullingen in Ångermanland-granofier. Verschil met het door hem als Ångermanland-granofier beschreven gesteente is echter, dat de granofierische vergroeiingen in deze steen eigenlijk niet met het blote ook zichtbaar zijn. (Zie de pijlen in de detailfoto)
    Nr. 6 is een sterk granofierische graniet, met zowel kwartsvergroeiingen als vrije kwartsen en vrij veel aggregaten van donkere mineralen. Deze donkere mineralen (Vooral hoornblende) zijn deels omgezet in een donkergroenzwarte massa. Zandstra noemt dit verschijnsel bij de beschrijving van de Ulvögraniet. (Platenatlas nr. 80) Mogelijk hebben we hier, ook vanwege de vele granofierische vergroeiingen, te maken met een overgangsgesteente naar deze Ulvögraniet

     

  • f. Ragundagraniet.

    • 1. Ragundagesteenten. Herkomstgebied.
    • 2. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 9. Detail van foto 8.
    • 10. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 11. Detail van foto 10.
    • 12. Ragundagraniet. Rots. Omg. Ragunda.
    • 13. Detail van foto 12
    • 14. Ragundagraniet. Opende.
    • 15. Ragundagraniet. N.O.P.
    • 16. Ragundagraniet. N.O.P.
    • 17. Detail van foto 16.
    • 18. Ragundagraniet. Eernewoude.

    Ragundagraniet. (Ong. 1,5 miljard jaren)

    Ragundagranieten komen voor in de Zweedse gemeente Ragunda in Jämtland t.o.v. Östersund.  
    De stenen hebben rapakivikenmerken. In een gewoonlijk (zalm)roodachtige grondmassa liggen vaak breedrechthoekige
    veldspaten, die worden omgeven door grijs tot bruinachtige kwartskorrels.Beide kleuren komen nog al eens voor in dezelfde steen. In sommige variëteiten ligt de kwarts in kransen of in groepjes. Alle type hebben fijngrafische vergroeiingen. 
    Sommige kaliveldspaten hebben een plagioklaasring.
    Plagioklaas komt soms weinig voor. Meestal echter ligt het als zelfstandige kristallen in de grondmassa. Het zwarte mineraal is vooral biotiet. Het komt in wisselende hoeveelheden verspreid voor door het gesteente. Vaak is het gehalte niet al te groot. 
    Nr. 10 is een zure Ragundagraniet. Het gesteente heeft opvallend weinig donkere mineralen.

    Ragundagranieten lijken soms op bepaalde Vehmaagranieten. Vehmaagranieten vertonen echter een grafische vergroeiingen tussen kwarts en veldspaat . Ook zijn de kwartsen in Vehmaagraniet donkerder van kleur, dan die in de Ragundagranieten.

     

  • g. Ragundagranietporfier.

    • 1. Granietporfier. Rots. Omg. Ragunda.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Granietporfier. Rots. Omg. Ragunda.
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Ragundagranietporfier. Flyvesandet. Dk
    • 6. Ragundagranietporfier. Als. Dk
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Ragundagranietporfier. Als. Dk
    • 9. Ragunda granietporfier. Frydendal. Als. Dk.
    • 10. Detail van foto 9.

    Ragunda-granietporfier. (1,6 -1,4 miljard jaren)

    De door biotiet en hoornblende gespikkelde grondmassa van dit gesteente is bruin- tot roodachtig van kleur. In deze grondmassa liggen roze en/of witachtige, vaak wat ovale kaliveldspaten. Een aantal heeft een mantel van witte plagioklaas. Soms zijn er kleine zelfstandige plagioklazen. Kwarts komt in wisselende hoeveelheden voor. De vorm is hoekig of afgerond. Verder vormt de kwarts in de grondmassa fijngrafische vergroeiingen met de kaliveldspaat. Een belangrijk kenmerk van het gesteente is het voorkomen van  xenolieten. (insluitsels van een vreemd gesteente) 

     

    Ook dit gesteente heeft duidelijke rapakivikenmerken.

  • h. Ragundakwartsporfier

    • 1. Ragundakwartsporfier. Flyvesandet. Dk
    • 2. Ragundakwartsporfier. Detail van foto 1.
    • 3. Ragundakwartsporfier.Werpeloh.

    Ragunda-kwartsporfier. (1,6 -1,4 miljard jaren)

    In een gespikkelde, granitische grondmassa zien we een groot aantal opvallende, afgeronde, idiomorfe kwartsen. De lichtgekleurde veldspaten zijn vaak omgeven door een roodachtige of grijze rand. In de grondmassa liggen een groot aantal donkere aggregaten, die voornamelijk uit biotiet bestaan en de steen een gespikkeld uiterlijk geven. De kwartsen zijn grijs van kleur en rond of wat afgerond van vorm. Het gesteente is te onderscheiden van bepaalde Ålandporfieren door de gespikkelde grondmassa en de grijze mantels om een aantal kaliveldspaten. (Nr.2) Bij de Ålandporfieren zijn deze donkerrood.
    Uitgaande van de grondmassa kunnen we deze stenen ook rekenen tot de granietporfieren.

     

  • i. Rätangraniet.

    • 1. Rätangraniet. Herkomstgebied.
    • 2. Rätangraniet. Rots t.z.v. Rätan.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Rätangraniet. Rots. Harjedalen. Zw.
    • 5. Rätangraniet. Rots. Omg. Rätan.
    • 6. Rätangraniet. Als. Dk.
    • 7. Detail van foto 6.

    Rätangraniet. (1,8 miljard jaren)

    Dit gesteente heeft een aantal opvallend grote lichtrode rechthoekige of afgeronde kaliveldspaten. (Microklienperthiet). De veldspaten hebben een duidelijke zonaire opbouw. Een deel van de microklien vormt Karlsbader Tweelingen. Binnen de veldspaten komen plagioklaasinsluitsels voor. De meeste plagioklaas vinden we in gewoonlijk rechthoekige tabletten in de tussenmassa. Ook bij deze plagioklazen komt een zonaire opbouw voor.
    Verder vinden we in de grondmassa onopvallende grijze kwarts en aggregaten van biotiet en hoornblende. Verspreid door de gehele grondmassa vinden we een grote hoeveelheid kleine gele
    titanietkorrels, die vooral met een loep goed zichtbaar zijn. Ook vertoont zich wat roodachtige apatiet.
    Deze stenen tonen één van de types. Er zijn ook fijnkorreliger en meer roodgekleurde typen. (Zie hiervoor de website:
    Skan-Kristallin.)

     

  • j. Rätangraniet. Gedeformeerd.

    • 1. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 2. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Rätangraniet. Gedef. Rots. Harjedalen.
    • 5. Rätangraniet. Gedef. Als. Dk.
    • 6. Rätangraniet. Gedef. Detail van foto 5.
    • 7. Rätangraniet. Gedef. Tietjerk.
    • 8. Rätangraniet. Gedef. Opende.
    • 9. Rätangraniet. Gedef. Drachten.
    • 10. Rätangraniet. Gedef. Tietjerk.
    • 11. Rätangraniet. Gedeformeerd. Damwoude.
    • 12. Rätangraniet. Gedeformeerd. Nij Beets
    • 13. Rätangraniet. Gedef. Harjedalen.
    • 14. Detail van foto 13.
    • 15. Rätangraniet. Gedef. Gyldendal. Dk.
    • 16. Detail van foto 15.

    Rätangraniet. Gedeformeerd. (1,8 miljard)

    Een gesteente dat zich kenmerkt door deformatieverschijnselen in de vorm van gelaagdheid en verbrijzelde mineralen. De hoofdkleuren van gedef. Rätangraniet zijn rood en groen/geel. Opvallend zijn de tot 2 cm grote, roodachtige, afgeronde kaliveldspaten. Het gesteente bevat veel meer witgele of lichtgroene plagioklaas dan kaliveldspaat. De plagioklaas toont vaak vierkante, (soms zonaire) vormen.
    Kwarts komt voor in wisselende hoeveelheden. De kleur is grijs of zwakblauw. De donkere mineralen
    hoornblende en biotiet vertonen vaak strepen. Kenmerkend voor Rätangraniet is het rijkelijk voorkomen van grote gele titanietkristallen. (Nr.6)
     

  • k. Revsundgraniet

    • 1. Revsundgranieten. Herkomstgebied.
    • 2. Revsundgraniet. Rots.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Revsundgraniet. Als. Dk.
    • 5. Revsundgraniet. Kås Strand. Dk.
    • 6. Revsundgraniet. Klein Waabs. D.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Revsundgraniet. Zevenhuizen.
    • 9. Revsundgraniet. Rots.
    • 10. Revsundgraniet. Rots.
    • 11. Detail van foto 9.
    • 12. Revsundgraniet. N.O.P.
    • 13. Detail van foto 12.
    • 14. Revsundgraniet. Als. Dk.
    • 15. Revsundgraniet. Drachten.
    • 16. Revsundgraniet. Drachten.
    • 17. Revsundgraniet. Schoonloo.
    • 18. Detail van foto 17.
    • 19. Revsundgraniet. Frydendal. Als. Dk.
    • 20. Detail van foto 19.

    Revsundgraniet. (1,8 miljard)

    Revsundgranieten komen wat porfierisch over. De verschillende variëteiten zijn afkomstig uit een groot gebied van wel 18.000 km2.
    Revsundgranieten zijn te verdelen in twee variëteiten n.l. rode en grijze Revsundgranieten. (Björnagraniet en Pilgrimstadgraniet) Het zijn groffe bonte gesteenten met over het algemeen grote breedrechthoekige kaliveldspaten. Ze zijn over het algemeen arm aan insluitsels. Deze kaliveldspaten zijn meestal z.g.
    Karlsbader Tweelingen. Vaak liggen de veldspaten lineair gerangschikt. (Bijv. nr. 6)
    De grondmassa is grofkorrelig. De kwartsen zijn tot 1 cm groot en blauwachtig, lichtgrijs of bruingeel van kleur.De korrelgrenzen tussen kwarts en veldspaat zijn onregelmatig. De plagioklaaskristallen wit tot licht groenachtig van kleur en soms tot 2 cm groot. Biotiet is aanwezig in grote zwarte
    aggregaten. Soms bevat het gesteente ook granaten
     

  • l. Revsundgraniet. (Sörvik type)

    • 1. Sörvikgraniet. Rots.
    • 2. Sörvikgraniet. Detail van foto 1.
    • 3. Sörvikgraniet. Rots. Vimmervattnet
    • 4. Detail van foto 3
    • 5. Sörvikgraniet. Trimunt.
    • 6. Detail van foto 5.

    Sörvikgraniet.

    Sörvikgraniet is afkomstig uit het grensgebied van Ångermanland en Jämtland. Deze variëteit van Revsundgraniet verschilt nogal in uiterlijk. We tonen hier twee verschillende typen Het gesteente is over het algemeen grijsachtig van kleur. Deze kleur wordt vooral bepaald door de kaliveldspaten. De grote veldspaten liggen soms wat in rijen of aggregaten. De donkere kwartsen zijn sterk afgerond. Dit is een belangrijk kenmerk.zie nr. 2. (De kwarts is hier blauwachtig van kleur.) Lichtgekleurde plagioklaas komt vrij veel voor. De graniet is opvallend gevlekt door aggregaten van donkere mineralen. Sörvikgraniet verweert gemakkelijk en krijgt dan aan de buitenkant een roodachtige kleur. (Gegevens uit: “Gidsgesteenten” Zandstra 1988)

     

     

  • m. Sorselegraniet

    • 1. Sorselegraniet. Gebied van herkomst.
    • 2. Sorselegraniet.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Sorselegraniet. Als. Dk.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Sorselegranieit. Als.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Sorselegraniet. Als.
    • 9. Detail van foto 8.
    • 10. Sorselegraniet. Porfierisch. Noordelijk van Sorsele.
    • 11. Detail van foto 10.
    • 12. Sorselegraniet. Frydendal. Als.
    • 13. Detail van foto 12.
    • 14. Sorselegraniet. Omg. Norg.
    • 15. Sorselegraniet. Als. Dk.
    • 16. Venjanporfiriet. Opende.
    • 17. Gezaagd vlak van de steen van foto 12.
    • 18. Sorselegranieten. Als. Dk.

    Sorselegraniet.  (1800 miljoen jaren)

    Sorselegranieten zijn afkomstig uit het noorden van Zweden in de buurt van de stad Arvidsjaur.
    Het gesteente is nog niet zo lang bekend. Ze komen voor in een uitgestrekt gebied en er zijn een groot aantal verschillende typen. Eerst dacht men, dat voorkomens in Nederland zeer zeldzaam zouden zijn, maar inmiddels in gebleken, o.a. door vondsten van dhr. Harry Huisman, dat het gesteente met name in de omgeving van de Drentse Hondsrug veel meer voorkomt, dan dat eerst werd gedacht. Dat er tot voor kort geen vondsten waren zal er ongetwijfeld mee te maken hebben, dat men het gesteente niet kent, maar ook omdat de zwerfstenen aan de buitenkant vaak dusdanig verweerd en lelijk zijn, dat men er geen aandacht aan besteedt.
    Bepaalde typen Sorselegraniet vertonen op het eerste gezicht aan de buitenkant nog al eens overeenkomsten met bepaalde typen van Venjanporfiriet. (Gruvåsen). Op plaatsen waar Sorselegranieten zijn te verwachten kan men dan ook de Venjanachtige stenen wat extra aandacht geven. Bij nadere bestudering zijn er echter duidelijke verschillen. (Foto 17) In het gebied van herkomst van de Sorselegraniet zijn ook bepaalde voorkomens van Revsundgraniet. De aanwezigheid van Revsundgranieten in een zoekgebied kan een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van Sorselegranieten. Dit is bijv. het geval langs de stranden van het eiland Als in Zuid-Jutland.
    De kenmerken van Sorselegranieten worden door de heren Braünlich en Huisman uitgebreid besproken op hun websites
    Kristallin.de en “Kijk eens omlaag”.
    Dhr. J. Pruntel toont op zijn website
    “Noordelijke Zwerfstenen” een aantal fraaie foto’s.
    Wij geven hier in het kort nog even de voornaamste kenmerken.
    Het gesteenteoppervlak is vaak grijsachtig, grijsachtig-bruin, grijsachtig-rood of iets bruin-roodachtig van kleur.
    In de grondmassa ligt een groot aantal kleine veldspaten. De kaliveldspaten zijn vaak wat roodachtig. Soms hebben ze een rand van plagioklaas. De plagioklazen zijn vaak wat groenachtig. Een aantal heeft een witte rand, die soms rhombenvormig is. De randen van de veldspaten zijn opvallend. Het lijkt op het eerste gezicht, dat veel veldspaten een bruinachtige rand hebben. Als men het gesteente met de loep bekijkt is er van een rand weinig meer over en ziet men langs de randen kleine naalden van een donker mineraal. (Hoornblende)
    Kwarts komt voor in twee generaties. Het percentage is klein. De 1e generatie bestaat uit kleine korrels van ten hoogste enkele mm grootte, die met het blote oog zichtbaar zijn. De kwartsjes van de 2e generatie zijn vaak alleen maar met een loep zichtbaar. Soms vertonen ze grafische vergroeiingen met de kaliveldspaat.
    De donkere mineralen (biotiet en amfibool)) vertonen zich (vooral op een zaagvlak) in aggregaten en kleine naaldjes. Zowel aggregaten als naaldjes zijn opvallend. Ze liggen in de grondmassa, maar komen bij de meeste typen vooral voor langs de randen van de veldspaten, waar ze opvallende delen van cirkels vormen.
    Sorselegranieten zien er aan de buitenkant niet fraai uit. Gezaagd en gepolijst zijn ze vaak een stuk aantrekkelijker om te zien.

     

                      Terug naar Noord-Zweden/Botnische Golf                    Terug naar Startpagina
     

     

  • n. Sorselegraniet 2.

    • 1. Sorselegraniet
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Sorselegraniet.
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Sorselegraniet
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Sorselegraniet.
    • 8. Detail van foto 7.
    • 9. Sorselegraniet.
    • 10. Detail van foto 9.
    • 11. Sorselegraniet.
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Sorselegraniet.
    • 14. Detail van foto 13.
    • 15. Graniet van Norrland.
    • 16. Detail van foto 15.
    • 17. Graniet van Norrland.
    • 18. Detail van foto 17.

    Sorselegraniet 2.

    Sorselegranieten komen voor in een groot aantal varianten. Een groot aantal daarvan toont niet alle kenmerken. Zo ontbreken de donkere mineralen rond de veldspaten nog al eens. Ook zijn er veel overgangen naar gesteenten, die te weinig kenmerken van Sorselegraniet hebben om ze die naam te kunnen geven. Dergelijke stenen zou men “Graniet van Norrland” kunnen noemen, maar in een stenencollectie horen ze m.i. niet thuis.
    We tonen nu een aantal van deze stenen, die gevonden zijn tussen Frydendal en Fjordmose op het Deense eiland Als.
    Al deze stenen hebben twee generaties kwarts. Ook zien we in elke steen aggregaten van donkere mineralen.
    Mogelijk komt er in de toekomst meer duidelijkheid over de exacte criteria waar granieten aan moeten voldoen om ze Sorselegraniet te mogen noemen.