Basalt.

Basalt. 

Basalt is een op aarde zeer veel voorkomend vulkanisch gesteente, dat is ontstaan uit een magma met een gabbro samenstelling. De kleur is meestal grijs tot bijna zwart. Veel basalten zijn uitvloeiingsgesteenten. Door de zeer snelle afkoeling van de uitgestroomde lava is het een gesteente met een dichte of fijnkorrelige grondmassa. Basalt is een basisch gesteente. Dit houdt in, dat het vooral bestaat uit donkere mineralen. De meest voorkomende mineralen zijn pyroxeen (augiet) en plagioklaas. Ook de het tot de pyroxenen behorende mineraal olivijn komt in veel typen voor. Biotiet, hoornblende en nefelien kunnen ook aanwezig zijn, gewoonlijk in kleine hoeveelheden. Kwarts en kaliveldspaat ontbreken gewoonlijk. Als het gesteente nefelien bevat zal kwarts zo wie zo ontbreken.
Als een basaltisch magma vanuit de aarde opstijgt kunnen mineralen door verlaging van temperatuur al gaan stollen voordat magma het aardoppervlak heeft bereikt. De stolling gaat het snelst aan de randen omdat hier de afkoeling het grootst is. Binnenin de magmastroom gaat de afkoeling langzamer. Hier ontstaan diabazen. Verschil tussen de mineralogische samenstelling van diabazen en basalten is er dan ook niet. Vooral in de zwerfsteenkunde wordt de naam diabaas nog veel gebruikt, vooral bij gidsgesteenten zoals bijv. Öjediabaas. In de geologie gebruikt men de naam diabaas niet meer maar spreekt men van basalt. (Zie ook: Diabazen algemeen)
Wat ouderdom betreft zijn er eigenlijk twee soorten basalten. De "jonge" basalten zijn minder dan 300 miljoen jaren oud. Meestal hebben ze de bekende grijs/zwarte kleur. Ze zijn vooral gevormd in Zuid-Zweden (Skåne) en het Oslogebied.
Deze "jonge" basalten zijn nog wel eens porfierisch. Voor de basalten uit Skåne is de aanwezigheid van kleine olivijnkristallen zelfs kenmerkend. Oslobasalten zijn gewoonlijk fraaie porfierische gesteenten.

                     

Foto's: Basalten breken zeshoekig. De zeshoekige zuilen zijn dan ook kenmerkend. Omdat de zeshoeken goed in elkaar passen en basalt een sterk gesteente is, wordt het veel bij zeeweringen gebruikt.  

 

Ten minste 1500 miljoen jaar geleden zijn in het Pré-Cambrium  door vulkaanuitbarstingen ook al basalten gevormd. Door de grote ouderdom is zijn in deze "oude" basalten door metamorfose de mineralogische samenstelling en de oorspronkelijke kleur nog al veranderd. Meestal zijn deze stenen bruinachtig van kleur. Vaak zijn in het gesteente holten opgevuld met mineralen als calciet, achaat en zeoliet. Ook komen in de gesteenten eerstelingen voor van augiet, plagioklaas of olivijn. Vaak worden deze stenen benoemd als melafieren, diabaasporfirieten of plagioklaasporfirieten. In de geologie rekent men al deze stenen tot de basalten en om aan te geven, dat het hier om oude basalten gaat gebruikt men het voorvoegsel "Paleo". De oude namen worden in de zwerfsteenkunde echter nog steeds veel gebruikt. Vandaar, dat wij vanwege de duidelijkheid een naam als Melafier blijven gebruiken.
Soms hebben basalten een sterke metamorfose ondergaan. Dergelijke stenen noemt men metabasalten.
Bij de afbeeldingen hier tonen we geen basalten uit Zuid-Noorwegen. Deze komen aan de orde bij de gidsgesteenten uit het Oslogebied.

    • 1. Basalt. Veenwouden
    • 2. Basalt. Emmerschans.
    • 3. Basalt. Opende.
    • 4. Basalt van Schonen. Fjordmosen. Als. Dk.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Basalt met insluitsels. Als. Dk.
    • 7. Detail 1 van foto 6.
    • 8. Detail 2 van foto 6.
    • 9. Basalt. Tietjerk.
    • 10. Basalt. Als. Dk.
    • 11. Detail van foto 10.
    • 12. Basalt. Blomeskobbel. Als. Dk.
    • 13. Detail van foto 12
    • 14. Basalt. Plagioklaasporfierisch. Torsted West-Jutland
    • 15. Detail van foto 14.
    • 16. Olivijnbasalt. Vadum Strand. Limfjord. Dk.
    • 17. Detail van foto16.
    • 18. Basalt. Flyvesandet. Fünen. Dk.
    • 19. Basalt. Gedeformeerd. Sumar.
    • 20. Detail van foto 19