Cummingtonietkwartsiet.

Cummingtonietkwartsiet

In 1952 vond de bekende amateur-petroloog L.B. Bos uit Noord-Bergum in het Zeijerveld, zuidoostelijk van Norg, een op het eerste gezicht op een gewone kwartsiet lijkende steen.
De steen heeft een aantal min of meer evenwijdig verlopende kwartsbanden die in een schuine richting uit de grondmassa steken. Rondom de steen bevindt zich een 2-5 mm dikke geelbruine verweringskorst.
In de taaie, harde grondmassa zitten een zeer groot aantal, glanzende, min of meer parallel gerichte, tot ruim 2 mm lange kristalletjes, die dhr. Bos deden denken aan zeer fijne kleurloze hoornblendenaaldjes.
De steen is destijds microscopisch onderzocht in het Geol. Min. Instituut van de universiteit van Leiden.
Uit dit onderzoek bleek dat de stengelige, kleurloze hoornblende bestaat uit cummingtoniet. Verder bestaat de steen vooral uit kwarts en plagioklaas. Herkomstgebied van de steen is vermoedelijk Midden-Zweden.
(Bovenstaande gegevens zijn afkomstig uit een door L.B. Bos in december 1954 geschreven artikel, dat te vinden is op:
Natuurcultuur.nl.)

De steen kreeg de naam Cummingtoniet-plagioklaaskwartsiet.Er zijn nog enkele vondsten van dit gesteente bekend. Mogelijk wordt het gesteente door het bepaald niet fraaie uiterlijk wel eens over het hoofd gezien.
Cummingtoniet is een amfiboolsoort die vooral voorkomt in magnesiumrijke gesteentes, die bloot staan aan contactmetamorfose.
Een deel van de steen kwam terecht in de collectie van dhr. J. Veenstra uit Veenwouden. Na zijn overlijden kwam de steen in bezit van het IJstijdenmuseum in Buitenpost.

 

    • 1. Cummingtonietkwartsiet. Zeijerveld.
    • 2. Detail van foto 1.