U bevindt zich hier: Home > Sedimenten > Kalkstenen.

Kalkstenen.

Kalkstenen.

Veel kalkstenen zijn afkomstig uit de buurt van de eilanden Öland en Gotland in de Oostzee.
De kalksteen vormde zich in verschillende perioden van het Paleozoïcum (545-250 miljoen jaren geleden), met name in het Ordovidicum (488-443) en het Siluur (443-416). Er zijn echter ook veel jongere kalkstenen zoals bijv. de Faxe Koraalkalk. Deze koraalkalken zijn “slechts” 70-60 miljoen jaren oud.
Kalkstenen zijn vooral ontstaan in tropische ondiepe zeeën.
Ze worden in de eerste plaats gevormd uit materiaal, dat van biologische of organische oorsprong is. (Overblijfselen van kalkhoudende levende organismen zoals schelpdieren). Deze organismen zakken na hun dood naar de zeebodem en kunnen daar een dikke kalklaag veroorzaken. Kalkstenen bevatten dan ook vaak grote hoeveelheden fossielen.
Kalksteen kan echter ook ontstaan ten gevolge van een hoge zoutconcentratie in zeewater. Als de zoutconcentratie te hoog is ontstaat een neerslag van de in het water aanwezige kalk.
Microscopisch kleine diertjes spelen hierbij ook een rol. Zij kunnen als kernen dienen waarop de kalkkristalletjes zich kunnen afzetten. Wordt zo’n geheel te zwaar, dan zakt het naar de bodem en vormt daar een laag kalkslib.
Nadat de zee is verdwenen en de kalk door dikke lagen sedimenten is bedekt verandert de op de zeebodem aanwezige dikke kalklaag in kalksteen.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

                                          Orthocerenkalk met rode hematietophopingen. (Öland Zw.)                 

In Scandinavië kwamen door gebergtevorming deze kalksteenlagen dusdanig hoog te liggen, dat ze gedurende de IJstijden door het landijs werden afgesleten en tijdens het Saalien o.a. ook in ons land terecht kwamen.
Omdat veel kalkstenen toch grotendeels overblijfselen zijn van kalkhoudende diertjes zoals schelpen vertellen ze ons iets over de levensvormen in de zee uit een grijs verleden. We kunnen hierbij bijv. denken aan de vele soorten zeeëgels. Soms zijn de fossielen verkiezeld door de aanwezigheid van silicium in het zeewater.
Als men twijfelt of een steen een kalksteen is, kan een druppel zoutzuur voor de oplossing zorgen, omdat kalksteen bij aanraking met zoutzuur opbruist.
Er zijn veel soorten kalkstenen. We laten in de volgende hoofdstukken een aantal de revue passeren
.

                                                                      

    

   Gotland. Kalkrotsen.                                           Öland. Orthocerenkalk wordt veel gebruikt als tegel.

 

  • a. Faxe Koraalkalk

    • 1. Faxekalk. Omg. Fakse Dk. Rots.
    • 2. Faxekalk. Detail van foto 1.
    • 3. Faxekalk. Als. Dk.
    • 4. Faxekalk. Detail van foto 3.
    • 5. Faxekalk. Nij Beets.
    • 6. Faxekalk. Detail van foto 5.

    Faxe Koraalkalk. (60-70 miljoen jaren)

    Faxe Koraalkalk is afkomstig van Zuid-Sjealland in Denemarken, o.a. uit de omgeving van Fakse of uit Schonen in het uiterste zuiden van Zweden. Het grootste voorkomen vinden we ten oosten van Fakse. Tussen de 60 en 70 miljoen jaren geleden is de kalk hier ontstaan in een tropische zee waar naast allerlei dieren als inktvissen en haaien ook mooie koralen voorkwamen. Samen met andere levende organismen hebben deze koralen voor het ontstaan van de kalk gezorgd. Volgens P. Smed (Steine aus dem Norden) zijn er twee soorten kalk. Een massief dicht type en een variant vol gaten. Wij hebben hier de variant met gaten. De steen uit Nij Beets bevat echter duidelijk minder gaten dan de twee andere voorbeelden. 

    Faxe Koraalkalk is fijnkorrelig en vuilwit van kleur.  Door het hele gesteente heen vinden we een groot aantal koraalskeletten. Aan het gesteenteoppervlak zijn de doorsneden van deze koralen goed herkenbaar. (Zie de pijlen op de detailfoto’s). Waar de koralen door verwering zijn verdwenen, zijn diepe gaten ontstaan. Naast de veel voorkomende koraalsoort “Fakseplyllia faxoensis” bevat de kalk ook vaak schilden van krabben. Soms komen haaientanden en andere fossielen voor. Volgens het Keienboek zijn er in Noord-Nederland enkele tientallen vondsten.  

  • b. Kalkstenen met fossielen.

    • 1. Beyrichiënkalk. Woldberg bij Steenwijk.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Kalksteen met Beyrichiën en pyriet. Nij Beets
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Kalksteen met fossielen. Nij Beets. (Coll. K. Drint)
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Chonetenkalk. Nij Beets. (Coll. K. Drint)
    • 8. Detail van foto 7.
    • 9. Paleoporellenkalk. Nij Beets
    • 10. Detail van foto 9
    • 11. Kalksteen met Strophomena. Nij Beets. (Coll. K. Drint)
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Kalksteen met Atrypa Reticularis. Nij Beets
    • 14. Koraalkalk Rugosa. Als. Dk.
    • 15. Detail van foto 14.
    • 16. Koraalkalk. Nij Beets.
    • 17. Kalksteen met schelpen. Tietjerk.
    • 18. Detail van foto 17.
    • 19. Kalksteen met kruipsporen. Omg. Ureterp.
    • 20. Kalksteen met boorwormgaten. Als. Dk.

    Kalkstenen met fossielen.

    Kalkstenen met fossielen zijn gewoonlijk stenen die gewoonlijk voor een groot deel bestaan uit calcitische resten van organismen. Soms bevat een steen een compleet overblijfsel van een dier.
    Veel kalkstenen met fossielen zijn gevormd in het Siluur. In die tijd lag het Oostzeegebied waar de meeste stenen vandaan komen ongeveer op de plaats van het huidige Angola in Afrika.
    We bespreken hier een aantal soorten met fossielen. Bij elke afbeelding staat een korte toelichting.

  • c. Orthocerenkalk.

    • 1. Orthocerenkalk. rood. Nij Beets
    • 2. Grijze Orthocerenkalk. Öland. Zw. Los blok.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Orthocerenkalk. Rots. Öland. Zw
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Orthocerenkalk. Kås Hoved. Dk
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Orthocerenkalk. Rood. Drachten.
    • 9. Orthocerenkalk. Als. Dk.
    • 10. Orthocerenkalk. Als. Dk.
    • 11. Orthocerenkalk. Als. Dk.
    • 12. Rode Orthocerenkalk. Öland. Zw.

    Orthocerenkalk.

    De Orthocerenkalken, die wij tussen onze zwerfstenen aantreffen zijn vooral afkomstig van en uit de buurt van het Oostzee-eiland Öland, Östergotland en Västergotland. Ze komen o.a. voor bij de Kinnekulle. Orthocerenkalken zijn rode of grijze kalkstenen uit het Ordovidicum (443,7 - 488,3 miljoen jaar geleden) Er zijn vele overgangen tussen de grijze en de rode variëteit.
    Typerend voor Orthocerenkalken is de aanwezigheid van fossielen van vooral Orthoceras en Endoceras. Deze koppotige, soms tot 3 m lange voorlopers van de inktvissen behoorden tot de weekdieren. Omdat we met weekdieren te maken hebben is alleen de wervelkolom als fossiel achtergebleven. Achter de kop bevonden zich een aantal kamers die door tussenschotten van elkaar waren gescheiden. In deze kamers bevond zich gas. Om de gas- en waterdruk te kunnen regelen liep er van de kop tot de achterkant van het dier, door de kamers heen een strengvormige buis, die door de tussenschotten heen ging. (Zie de afbeelding hieronder.)
    Bij Orthoceras ging de streng door het midden van de tussenschotten, bij Endoceras langs de buikzijde. Hierdoor zijn de fossielen van elkaar te onderscheiden. De kleine witte fossielfragmenten is de stenen zijn resten van de schelpen.
    Deze dieren waren goede zwemmers, die zich voedden met aas en kleine dieren.

                                                                                    

                                                            Bij Orthoceras liep de streng door het midden van de tussenschotten (geel)
                                                                                       Bij Endoceras langs de buikzijde. (Wit)

                                                        

                                          Orthocerenkalk aan de westkust van Öland. Sommige fossielen zijn bijzonder groot. 

  • d. Kalkstenen. Overig.

    • 1. Arthraconiet (Stinkkalk).. Öland. Dk.
    • 2. Stengelcalciet. Öland. Dk.
    • 3. Stengelcalciet. Links Eastermar, rechts Öland.
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Vezelcalciet Drachten.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Vezelcalciet. Veenwouden.
    • 8. Baltische Dolomiet. Nij Beets
    • 9. Kalksteen. Glauconiethoudend. Giekerk.
    • 10. Detail van foto 9.
    • 11. Kalksteen. Galeniethoudend. Nij Beets
    • 12. Detail van foto 11.

    Overige kalkstenen.

    De Stinkkalk (Anthraconiet) en de stengelcalciet zijn stukken rots afkomstig van Öland. Vezelcalciet is een gesteente met een fijne vezelstructuur. Het komt o.a. voor in de omgeving van het Skagerrak. Al deze drie kalksoorten worden in Noord-Nederland als zwerfsteen aangetroffen.  

    Nr. 8 is een z.g. “Baltische dolomiet”. Deze stenen hebben meestal een roze kleur. Witte en groenige exemplaren komen ook voor. Het gesteente is te herkennen aan holletjes, die gevuld zijn met nestjes van calciet en dolomiet. Men denkt, dat in dit gesteente kort na de sedimentatie een deel van het calcium werd vervangen door magnesium. De meeste fossielen verdwenen door deze omzetting.
    Nr. 9 is een glauconiet houdende kalksteen. De glauconiet vertoont zich in groene vlekken. Glauconiet komt regelmatig in kalkstenen voor.
    Nr. 11 bevat het mineraal galeniet, ook wel loodglans genoemd. Dit mineraal komt wel meer voor in kalksteen.  


     

                    Terug naar Sedimenten                            Terug naar Startpagina