Melafieren/Paleobasalten.

Melafieren/Paleobasalten.  (1,6 miljard jaren)

Melafieren worden tegenwoordig aangeduid als paleobasalten. Het gesteente melafier in namelijk gewoon een basalt, alleen een basalt, die wel 1600 miljoen jaar oud kan zijn. Vandaar het voorvoegsel “Paleo”.  Gebruikt men de naam melafier, dan geeft men daarmee eigenlijk aan, dat er een ander gesteente dan basalt wordt bedoeld en dat werkt verwarrend.
De vaste rots van de paleobasalten is nog niet gevonden. Aan de hand van vondsten, o.a. op Gotland en het feit, dat de stenen worden gevonden op plaatsen waar ook Oostzee Syenietporfieren en Oostzee kwartsporfieren worden gevonden neemt men aan, dat de Oostzeebodem ten noordwesten van Gotland het herkomstgebied van veel van deze stenen zal zijn. Het bewijs hiervoor ontbreekt echter.  Men neemt aan, dat de exemplaren met een bruinrode grondmassa afkomstig zijn uit het genoemde Oostzeegebied. Wat andere gebieden van herkomst betreft wordt Schonen in Zuid-Zweden wel genoemd.  Verreweg het grootste aantal van de stenen behoort tot het type met een bruinrode grondmassa. We vermelden dit niet bij elke steen afzonderlijk.

Melafieren/paleobasalten zijn ontstaan uit een gasrijk en vaak ijzerrijk basaltmagma. In de grondmassa vinden we dan ook mineralen zoals plagioklazen, clinopyroxenen* en hoornblende. Ook vulkanisch glas komt voor.
Ook kleine hoeveelheden calciet, chloriet en epidoot schijnen voor te komen. De aanwezigheid van de hier genoemde mineralen in de dichte grondmassa is alleen maar vast te stellen via microscopisch of slijpplaat onderzoek.  
In de loop der tijden verdween het gas. Hierdoor bleven lege holtes over.  Vervolgens stroomden ten gevolge van druk en hitte, hete waterachtige stoffen door het gesteente waardoor veranderingen plaatsvonden. (Hydro-thermale invloeden). De grondmassa  kreeg bij grote ijzerrijkdom een bruinrode kleur. Bij een geringere aanwezigheid van ijzer kon ook een groenachtige  kleur ontstaan.
De lege gasholten werden opgevuld met mineralen als kwarts (o.a. chalcedoon en agaat), calciet, chloriet (delessiet), zeoliet en epidoot. Net als bij de grondmassa het geval was is de aanwezigheid van verschillende van deze mineralen met een loep weer moeilijk aan te tonen.  Calciet is aantoonbaar aanwezig als er bij blootstelling aan zoutzuur een bruising ontstaat en agaat is met het blote oog vaak wel te herkennen.
De opgevulde holten staan bekend als amandels. Tegenwoordig wordt echter vaak het woord amygdalen gebruikt, waardoor dit soort stenen behalve als “Melafier Amandelsteen”ook kan worden gedetermineerd als “Amygdaloïdale Paleobasalt”.
Deze stenen en hun amandels/amygdalen kunnen er heel verschillend uitzien. Vooral de amygdalen kunnen allerlei vormen vertonen, van mooi rond tot allerlei grillige vormen.
Veel van de stenen zijn zuivere endogene breccies, of op zijn minst breccieus.  Dit houdt in dat in het oorspronkelijke gesteente ten gevolge van grote druk verbrijzelingen hebben plaatsgevonden. 

* Clinopyroxenen zijn leden uit de pyroxeengroep, die niet zijn gedeformeerd. Augiet is verreweg de meest voorkomende soort, maar ook aegirien hoort hierbij.

    • 1. Melafier amandelsteen. Noord-Bergum.
    • 2. Melafier amandelsteen. Noordoostpolder.
    • 3. Melafier amandelsteen.. Als. Dk
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Melafier amandelsteen. Als. DK.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Melafier amandelsteen.Flyvesandet. DK
    • 8. Melafier amandelsteen. Flyvesandet. Dk
    • 9. Melafieramandelsteen. Flyvesandet. Dk
    • 10. Detail van foto 8.
    • 11. Melafier amandelsteen. Als. Dk
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Melafier amandelsteen. Hohwacht. D
    • 14. Melafier amandelsteen. . L├╝neburgerheide. D
    • 15. Detail van foto 14.
    • 16. Melafier amandelsteen. Damwoude (Broeksterwoude)
    • 17. Melafier amandelsteen. NO. Fyn. Dk.
    • 18. Melafier amandelsteen. Tietjerk.
    • 19. Detail van foto 18..
    • 20. Melafier amandelsteen. Emmerschans.
    • 21. Detail van foto 20.
    • 22. Melafier amandelsteen. Nij Beets.
    • 23. Detail van foto 22.