U bevindt zich hier: Home > Sedimenten > Overige sedimenten.

Overige sedimenten.

  • a. Hoornsteen.

    • 1. Okergele hoornsteen. Omg. Willemsoord.
    • 2. Detail van foto 1.

    Hoornsteen. (Okergeel)

    De naam hoornsteen kan voor verwarring zorgen omdat de benaming wordt gebruikt voor twee verschillende soorten gesteenten. De ene soort hoort bij de (contact) metamorfe gesteenten. De andere soort gesteenten waarvoor de naam Hoornsteen wordt gebruikt bestaat uit bepaalde vormen van vuursteen. Meestal zijn vuurstenen helder van kleur maar de vormen van vuursteen, die men betitelt met de hoornsteen zijn troebel en grofkorreliger. De kleur is gewoonlijk grijswit of geelwit. De hier afgebeelde okergele hoornsteen is een zeer zeldzaam type dat afkomstig is ergens uit Denemarken. (Gegevens: H. Huisman)
    In tegenstelling tot de eerst genoemde soort behoort deze okergele hoornsteen dan ook niet tot de metamorfe gesteenten maar is het net als andere vuurstenen een sedimentair gesteente, dat is ontstaan door het neerslaan van opgelost kiezelzuur in een kalkrijk slib op de zeebodem. Omdat zich hier veel organisch materiaal bevindt komen in vuurstenen dan ook vaak allerlei fossielen voor. Deze fossielen zijn vaak volledig verkiezeld, doordat het kiezelzuur de lichaamsdelen van de organismen heeft vervangen. Zeeëgels zijn hiervan een bekend voorbeeld.
    Ook in deze okergele hoornsteen zien we op het zaagvlak een aantal fossielen, De pijl op de detailfoto toont een voorbeeld.

     

     

  • b. Siderietconcretie.

    • 1. Siderietconcretie. Eernewoude.
    • 2. Siderietconcretie. Tietjerk.
    • 3. Siderietconcretie. Tietjerk.

    Siderietconcretie. 

    Siderietconcreties zijn weinig bekende zwerfstenen. Vaak hebben ze een homogeen, grijzig breukvlak. De verweringskorst is glanzend roestbruin. Het gesteente wordt gewoonlijk gevormd in zandafzettingen door de afzetting van ijzercarbonaat. Hierdoor is sideriet opvallend zwaar van gewicht. Omdat we hier te maken hebben met ijzercarbonaat, zorgt een al kleine hoeveelheid zoutzuur voor een opbruisend effect.
    Siderietknollen komen zeer veel voor in kleilagen van het Onder-Krijt in Twente en grindlagen van Salland en Twente. Deze stenen zijn over het algemeen sterk bruin verweerd.
    In Groningen, Friesland en de Noordoostpolder zijn ook enkele siderietconcreties gevonden. Deze zeer zeldzame zwerfstenen zijn afkomstig uit het keileem en vanaf elders naar onze gebieden getransporteerd. De gevonden stenen zijn veel minder verweerd, dan die uit het oosten van ons land. J. Veenstra vond dergelijke weinig verweerde stenen bij Eernewoude en Tietjerk.
    Op de steen van Tietjerk is het homogene, grijsachtige breukvlak duidelijk zichtbaar. (Foto 3)
    Het gesteente staat te boek als zeer zeldzaam. Door de onogelijke aanblik zal het mogelijk ook nog al eens over het hoofd worden gezien.
    (Geologische gegevens aan de hand van: Het Keienboek, bew. Dr. G.J. Boekschoten, blz. 182, 183)

     

                                                

  • c. Tufsteen/Tuffiet

    • 1. Tufsteen. Nij Beets.
    • 2. Detail van foto 1..
    • 3. Tufsteen. Opende. Gr.
    • 4. Fagerhult-tuf. Tietjerk.
    • 5. Tufsteen. Ellertshaar.
    • 6. Detail van foto 7.

    Tufsteen/Tuffiet

    Tufsteen is een bekende steensoort, die ook in ons land in vroeger tijden veel als bouwsteen is gebruikt. Deze tufstenen zijn vooral afkomstig uit Duitsland.
    Tuffieten ontstaan bij hevige vulkaanuitbarstingen als as en puin de atmosfeer in worden geblazen. Hierbij is vaak ook materiaal van eerdere afzettingen aanwezig, zoals kleine steenfragmenten van bijv. graniet. Dit geheel komt op de bodem rond de vulkaan terecht, waarbij de zwaarste brokstukjes het dichtst bij de vulkaan terecht komen. Vulkanische as en gesteentefragmenten verkitten onder invloed van water en andere stoffen tenslotte tot een gesteente, dat we tuffiet of tufsteen noemen.
    Er bestaan zeer veel tufsteensoorten. Het gesteente kent bovendien verschillende structuren. Zo zijn er zeer fijne typen, maar ook conglomeratische en breccie-achtige tuffen komen voor.
    De stenen van de foto’s 1 en twee behoren tot de Digerbergtuffen uit Dalarna in het midden van Zweden. Deze stenen zijn over het algemeen conglomeratisch. De conglomeratische aanblik wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van herkenbare fragmenten van Dalarnagesteenten. Dit is een belangrijk kenmerk om dit gesteente te herkennen. Digerbergtuffen zijn roodachtig van kleur.
    In de astuf uit Nij Beets (foto 1) zien we insluitsels van kwarts en hoornblende. De pijlen op detailfoto 2 tonen deze mineralen.
    De insluitsels van de tufsteen op foto 3 liggen in snoertjes, die de stroming aangeven.
    Foto 4 toont een Fagerhult-tuf. Dit gesteente komt voor in Oost-Småland. Het gesteente heeft een grijszwarte grondmassa met daarin een groot aantal lichtgekleurde veldspaatfragmentjes. Verder liggen in de grondmassa enkele erg onopvallende kwartsen van blauwgrijze kleur. Het gesteente is dof van uiterlijk. Het is hierdoor goed te onderscheiden van de veel meer glanzende Lönnebergaporfier.
    Foto 5 toont een tufsteen met in slieren vervormde gesteentebrokjes van een rood gesteente in een grondmassa, waarin zich nog een groot aantal kleine fragmenten bevindt. De slieren lopen grotendeels evenwijdig aan elkaar. (Zie foto 6) Dit soort stenen komt vooral voor in Småland. Ze werden in het verleden wel “Eutaxieten” genoemd. Een steen met een sterk ignimbritisch karakter. 

     

  • d. Zoetwaterkwartsiet

    • 1. Zoetwaterkwartsiet. Nij Beets.
    • 2. Zoetwaterkwartsiet. Nij Beets. Buitenkant van steen 1.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Zoetwaterkwartsiet. Veenwouden.
    • 5. Detail van foto 4.

    Zoetwaterkwartsiet. 

    Zoetwaterkwartsiet is ontstaan door sedimentatie en niet door een metamorfose van zandsteen.

    Het gesteente behoort bij de niet klastische sedimentsgesteenten. Dit houdt in, dat de losse brokjes niet bij elkaar zijn gekomen op een mechanische wijze, maar dat dit heeft plaats gevonden door verkitting met een bindmiddel.(kiezel, kalk, ijzerverbindingen) Zoetwaterkwartsiet is ontstaan door een dusdanige verkiezeling van zand in een vochtig, warm klimaat.

    De kleur van het gesteente is over het algemeen grijsachtig, gelig of bruinachtig. De grondmassa bestaat uit een zeer dichte grondmassa. In deze grondmassa komen gewoonlijk een groot aantal zeer kleine, hoekige kwartskorreltjes voor. De buitenkant van een steen voelt gewoonlijk glad aan.

    Gewoonlijk is het gesteente opvallend door de aanwezigheid van verkiezelde plantenwortels, die ingebed liggen in de kwartsmassa en die gewoonlijk een aantal rechte groeven vertonen. (foto’s 3 en 5). Andere fossielsporen dan deze plantenwortels komen in het gesteente niet voor. Soms vertoont het gesteente gaten. Deze ontbreken echter in onze voorbeelden. 

     

                                   Terug naar sedimenten                         Terug naar startpagina