Småland. Overige.

  • a. Grännaiet

    • 1. Grännaiet. Herkomst.
    • 2. Grännaiet. Rots. Norra Kärr.
    • 3. Grännaiet. Rots. Norra Kärr.
    • 4. Grännaiet. Rots. Norra Kärr.

    Grännaiet.

    Dit bijzondere gesteente is afkomstig uit het gebied direct oostelijk van het Vättern, ter hoogte van het dorp Kaxtorp ongeveer 10 km tnv Gränna. Het heeft een grijsgroene dichte grondmassa, die voornamelijk uit kaliveldspaat bestaat. In deze grondmassa liggen gewoonlijk witachtige tot 1 cm lange, smalle, tabletvormige , zeskantige eerstelingen van katapleïet. Soms wordt dit mineraal vervangen door erwtgrote of grotere roze of bietrode eudialiet. Gewoonlijk is het gesteente gneisachtig. (Beschrijving volgens Zandstra 1988)

  • b. Mieniet

    • 1. Mieniet. Herkomst.
    • 2. Mieniet. Vaste rots. t.z.v. het Mienmeer.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Mieniet. Vaste rots. t.z.v. het Mienmeer.
    • 5. Detail van foto 4.

    Mieniet.

    Mieniet is afkomstig uit de omgeving van het Mien. Dit is rond meer ongeveer 30 km ten noorden van Karlshamn met een middellijn van 5,5 km. Dit meer is ontstaan door een inslag van een meteoriet van honderden meters doorsnee, ongeveer 121 miljoen jaar geleden. Dit soort inslagen is gelukkig uiterst zeldzaam, omdat ze van enorme invloed kunnen zijn voor het leven op aarde.
    Het soort gesteenten dat door dergelijke inslagen ontstaan noemt met Impactieten.

                                                               

                                                                 Het Mien gezien vanaf een inham aan de zuidzijde.

    Bij de inslag van een meteoriet van honderden meters doorsnee zijn de gevolgen voor een omgeving onvoorstelbaar. Bij de inslag komt onmiddellijk een enorme hoeveelheid warmte vrij. Door druk en hitte verdampen zowel de meteoriet en directe omgeving onmiddellijk. (Tot 2000˚ C) De krater zelf kan enkele km diep zijn. Dit proces beslaat een ongeveer cirkelvormig gebied.
    In de volgende concentrische zone smelt het gesteente voor een deel. De delen die niet smelten worden gefragmenteerd. Het materiaal wordt door de druk die de explosie met zich mee brengt in de omgeving van de ontstane krater verspreid. Een deel valt terug in de ontstane krater. Bij de afzetting van de gesmolten gesteenten samen met de gesteentefragmenten ontstaan breccieuze, met vulkanieten vergelijkbare gesteenten. Stof en gesteentegruis dat de lucht in wordt geslingerd
    Valt terug op de grond en vormt daar ignimbritische/tufachtige gesteenten. De gesteenten bevatten vaak een opvallende hoeveelheid gesteenteglas.
    Na deze zone waar gesteenten deels smelten ontstaat nog een derde zone waar gesteenten mechanisch worden gebroken.
    Mieniet is over het algemeen grijs tot zwart van kleur. Onze voorbeelden zijn beide grijs. Ook De stenen bevatten veel glas in de grondmassa. In deze grondmassa “drijven” metamorfe fragmenten van gesteenten die in het gebied voorkomen.
    De stenen op de foto’s zijn verzameld ten zuiden van het Mien.
    De steen van de foto’s 1 en 2 heeft een aantal roodachtige insluitsels, die een verbrijzelde indruk geven. Ze bevatten een grote hoeveelheid glasfragmenten. De grondmassa vertoont enigszins een stroming, die wordt veroorzaakt door langwerpige glasslieren. Verder bevindt zich in de grondmassa een grote hoeveelheid roodachtige gesteentefragmenten. Een aantal kleine ronde fragmenten heeft een duidelijke glasachtige rand. Dit is waarschijnlijk veroorzaakt doordat ze deels zijn gesmolten.
    De steen van de foto’s 3 en 4 is een donker , eveneens glasrijk tufachtig type met een groot aantal kleine lichtgekleurde insluitseltjes met een glasrand. Ook zijn er enige donkere, gebroken insluitsels, die onduidelijke randen hebben met de grondmassa. Het is een erg “rommelige” steen.

     

  • c. Orbiculiet van Slättemossa

    • 1. Orbiculiet v Slättemossa. Herkomst.
    • 2. Orbiculiet v Slättemossa. Rots. Omg. Slättemossa.
    • 3. Orbiculiet v Slättemossa. Rots. Omg. Slättemossa.
    • 4. Orbiculiet v Slättemossa. Detail van foto 3.
    • 5. Orbiculiet v Slättemossa. Rots. Omg. Slättemossa.

    Orbiculiet van Slättemossa.

    Een zeldzaamheid, die te vinden is in een natuurreservaat in een bos, op enige km ten zuiden van Järnforsen. Het gesteente is beschermd. Beschadiging van de rotsen is tegenwoordig (terecht) strafbaar.
    Het gesteente behoort tot de kwartsmonzonieten. De kernen van de orbiculieten (kogels) bestaan uit kleine kristalaggregaten. De opbouw van de randen is driedelig. Het binnenste gedeelte, dat in een soort overgangsgedeelte zit is rijk aan donkere mineralen als
    amfibool en biotiet. Het binnenste gedeelte gaat via een scherpe grens over naar het lichte binnenste gedeelte. Dit gedeelte bestaat vooral uit plagioklaas. De buitenste schaal heeft ongeveer dezelfde samenstelling als de binnenste. (Gesteentegegevens uit de website: www.kristallin.de)
     

  • d. Vaggerydsyeniet

    • 1. Vaggerydsyeniet. Herkomst.
    • 2. Väggerydsyeniet. Vaste rots Omg. Väggeryd. Vondst: fam H. Jager. Wolvega.
    • 3. Detil van foto 2.
    • 4. Vaggerydsyeniet. Rots. Omg. Vaggeryd.
    • 5. Vaggerydsyeniet. Als. Dk.
    • 6. Vaggerydsyeniet. Buitenkant steen foto 3.
    • 7. Vaggerydsyeniet. Flyvesandet. Dk.
    • 8. Vaggerydsyeniet. Als. Dk.
    • 9. Vaggerydsyeniet. Als. Dk.
    • 10. Detail van foto 7.
    • 11. Vaggerydsyeniet. Als. Dk.
    • 12. Vaggerydsyeniet. Als. Dk.
    • 13. Detail van foto 12.
    • 14. Vaggerydsyeniet Porfierisch. Als.
    • 15. Detail van foto 14.
    • 16. Vaggerydsyeniet. Porfierisch. Als. Dk.
    • 17. Detail van foto 16.
    • 18. Väggerydsyeniet. Porfierisch. Frydendal. Als. Dk.
    • 19. Detail van foto 18.
    • 20. Vaggerydsyeniet. Frydendal. Als. Dk.
    • 21. Vaggerysyeniet. Sarup Havn. Als. Dk.

    Vaggerydsyeniet. (1,2 miljard jaren)

    Vaggerydsyeniet komt voor ten zuiden van Jonköping, zuidelijk van het herkomstgebied van de Barnarpgraniet. Het is een gesteente dan een groot aantal verschillende variëteiten kent. We tonen hier enkele. Vaggerydsyenieten hebben over het algemeen een groot aantal kantige kaliveldspaten, die elkaar soms met de hoeken raken. Deze kaliveldspaten zijn over het algemeen bruinachtig tot geelgroengrijs van kleur. In een aantal typen hebben ze een rode rand. De ruimte tussen de kaliveldspaten wordt opgevuld door vooral donkere mineralen. Biotiet komt veelvuldig voor. Verder zijn o.a. hoornblende en augiet aanwezig. Kwarts komt voor in zeer kleine hoeveelheden. Soms liggen de miniem kleine korrels enigszins in rijen. Vaggerydsyeniet heeft vaak een opvallende structuur. Het gesteente doet nog al eens denken aan een net, waarbij de kaliveldspaten de mazen voorstellen. Langs de randen van het massief bevinden zich porfierische typen. (Nr.10 t/m 19.)

  • e. Västervik vlekkengesteente

    • 1. Västervikvlekkengneis. Herkomst.
    • 2. Västervik gesteente. Vaste rots. 3 km z,o, Blankaholm.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Västervikvlekkengesteente. FK. Västervik. Motel.
    • 5. Västervikvlekkengesteente. Als. Dk.
    • 6. Västervikvlekkengesteente. Als. Dk.
    • 7. Västervikvlekkengesteente. Omg. Klein Waabs. D.
    • 8. Västervikvlekkengesteente. Beetsterzwaag.
    • 9. Västervikvlekkengesteente. Giekerk.
    • 10. Västervikvlekkengesteente. Omg. Lütjenburg. D.
    • 11. Västervikvlekkengesteente. Waskemeer
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Västervikvlekkengesteente. Rotstergaast.
    • 14. Detail van foto 11.
    • 15. Västervikvlekkengesteente. Fjordmosen. Als. Dk.
    • 16. Detail van foto 15.
    • 17. Västervikvlekkengesteente. Fynshav. Als. Dk.
    • 18. Västervikvlekkengesteente. Als. Dk.
    • 19. Detail v foto 18.
    • 20. Västervik vlekkengesteente. Als
    • 21. Detail van foto 20.
    • 22. Västervikvlekkengesteente. Nij Beets
    • 23. Detail van foto 22.
    • 24. V"stervik vlekkengneis. Trimunt.
    • 25. Detail van foto 24.

    Västervik vlekkengesteente. (1,9 miljard jaren)

    Deze vaak fraaie stenen zijn vooral afkomstig uit noordwest/zuidoost lopende lagen uit een gebied westelijk van Västervik. Zwerfstenen hebben over het algemeen een fraai uiterlijk. De meeste soorten zijn goed te herkennen. De Västervikgesteenten worden vaak verdeeld in twee verschillende groepen, namelijk de gneizen en de kwartsieten. Met name over de naam Västervikvlekkengneis bestaat nogal verschil van mening. Met name in Duitsland is men van mening, dat veel van deze stenen over onvoldoende gneiskenmerken beschikken om de stenen de naam “gneis” te geven. De naam “Granofels” is hier gebruikelijk. Wij gebruiken hier de neutrale naam: “Gesteente”.
    Een kleine 1,9 miljard jaren geleden lag het Västervikgebied in een rivierdelta, waar veel sediment werd aangevoerd. Zuiver zand en kleiachtige sedimenten. In de tijd die hierop volgde vond er gebergtevorming plaats. Deze gebergtevorming ging gepaard met hoge temperturen en een enorme druk, waardoor uit de zanden kwartsieten ontstonden en uit de kleiachtige afzettingen de andere Västervikgesteenten, die vaak als gneizen te boek staan.
    De Västervik vlekkengesteenten kunnen sterk van elkaar verschillen. Er zijn typen, die nauwelijks sporen van deformatie vertonen, maar ook varianten die duidelijk gneisachtig zijn.
    De grondmassa is meestal roodachtig. Ze bestaat vooral uit de mineralen microklien, plagioklaas en wat kwarts. Muscoviet kan voorkomen in kleine hoeveelheden. De rode kleur is ontstaan door de aanwezigheid van het ijzermineraal hematiet. Deze hematiet bevond zich in het zand waaruit de steen is ontstaan.
    De veelal zwarte vlekken (porfyroblasten) bestaan vooral uit biotiet en het aluminiumrijke mineraal cordiriet. Cordieriet is over het algemeen grijsblauw of iets groengrijs van kleur. Het mineraal kan blauw zijn, maar in deze stenen komt dit niet voor. De aanwezigheid van biotiet is de oorzaak van de zwarte kleur. Biotiet en cordiriet komen nog al eens samen voor. De cordiriet omsluit dan de kleine biotietkristalletjes. In de vlekken liggen de biotietkristallen als het ware ingebed in de cordiriet, waardoor onder de loep een fijnkorrelige massa zichtbaar is. Er zijn varianten waar kleine, grijze, ronde vlekjes voorkomen. Deze vlekjes bestaan uit sillimaniet.

  • f. Vulkanieten

    • 1. Vulkaniet. Rots.
    • 2. Vulkaniet. Rots.
    • 3. Vulkaniet/Ignimbriet. Als. Dk
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Vulkaniet/Ignimbriet. Als. Dk.
    • 6. Vulkaniet/Agglomeraatlava. Rots ten z.o. van Karlstorp.
    • 7. Vulkaniet/Agglomeraatlava. Rots. Lönneberga.
    • 8. Vulkaniet/Agglomeraatlava. Rots. Lönneberga.
    • 9. Vulkaniet/Agglomeraatlava. Detail van foto 7.
    • 10. Ignimbriet v Småland. Fjordmosen. Als.
    • 11. Detail van foto 10

    Vulkanieten. (1,7 miljard -275 miljoen jaren)

    Vulkanische gesteenten als ignimbrieten en Agglomeraatlava’s komen voor op verschillende plaatsen in Småland. Vaak is de exacte plaats niet te noemen. Als men er zeker van wil zijn, dat een ignimbriet uit Småland komt, dat moeten de slieren blauwe kwarts bevatten of in de grondmassa moeten blauwe kwartskorrels voorkomen.(Nr. 3,4) Voor agglomeraten geldt, dat de brokken steen in de grondmassa herkenbare Smålandgesteenten moeten zijn. (Dit alles geldt natuurlijk niet, als een zwerfsteen overeenkomt met een gesteentemonster.) Een groot deel van de gesteenten komt uit de buurt van Lönneberga.
    De hier afgebeelde gesteentemonsters komen alle uit de buurt van Lönneberga. De
    ignimbrieten hebben smalle of brede banden (Nr.1) In de grondmassa liggen een wisselend aantal, vooral lichtgekleurde plagioklazen.
    De agglomeraten hebben insluitsels van vaak hoekige rolstenen. Vaak zijn dit porfierische gesteenten.

     

                    Terug naar Smaland                               Terug naar Startpagina