Verklaring Mineralen.

  • a. A-E

    • 1. Donkere aegiriennaalden.
    • 2. Donkere augieten in basalt.
    • 3. Biotiet dof. Hoornblende glanzend.
    • 4. Groene epidoot in Zweedse Helsinkiet.

    Aegirien.
    Aegirien is een weinig voorkomend mineraal uit de pyroxeengroep. Het bestaat uit lange, dunne, gestreepte naalden en die donker (donkergroen, zwartgroen) van kleur zijn. Het mineraal komt o.a. voor in bepaalde Oslogesteenten en in Särnaiet.

    Albiet
    Albiet is een plagioklaassoort, die vooral voorkomt in stenen uit het Oslogebied.

    Amfibool.
    Amfibool is een donker mineraal, dat over het algemeen splijt in naalden of prisma’s. De hoeken van de splijtvlakken lopen gewoonlijk schuin. Er zijn verschillende soorten amfibolen. In onze zwerfstenen is hoornblende verreweg de meest voorkomende amfibool. Soms vinden we stenen met anthophylliet, waarvan de kristallen dan gewoonlijk in waaiers zijn gerangschikt.

    Anthophylliet.
    Dit donkergekleurde lid van de amfiboolfamilie is een zeldzaam mineraal in onze zwerfstenen. Het ligt vaak gerangschikt in waaiertjes.

    Apatiet
    Apatiet vertoont zich onder de loep als een zeszijdig zuiltje. Het is een groenig, of roodachtig mineraal met een glasglans. Het komt soms in kleine hoeveelheden voor in Oslogesteenten.

    Augiet.
    Een donker mineraal uit de pyroxeengroep. Het komt veel voor in gabbro’s en veroorzaakt in deze stenen het hoge soortelijk gewicht

    Biotiet.
    Biotiet is in zwerfstenen het allergewoonste mineraal. Het behoort tot de glimmermineralen. Vaak is het glanzend zwart van kleur. Het komt vooral voor al zeszijdig voor. We vinden het in heel veel gesteenten.

    Calciet
    Calciet of kalkspaat is het voornaamste bestanddeel van het gesteente kalksteen. Het is wit van kleur en vertoont vaak een mooie glans. Bij aanraking met zoutzuur bruist het sterk op. Een druppel zoutzuur levert dan vaak ook het bewijs of we met een kalksteen te maken hebben of met een ander gesteente.

    Cancriniet
    Dit zeldzame mineraal is verwant met nefelien. Het komt als stengelige aggregaatjes voor in enkele zeldzame gesteenten uit de buurt van Särna in Dalarne. Soms is het wat roze van kleur.

    Chalcedoon.
    Chalcedoon behoort bij de kwartsen. Onder een microscoop blijkt, dat het “mineraal” uit uiterst kleine kristalletjes bestaat. Vaak komt chalcedoon voor in achaten.

    Chloriet
    Chloriet is een groen mineraal, dat door omzetting is ontstaan uit glimmer. Het komt nog al eens voor in zwak gedeformeerde stenen als diabaas.

    Diallaag.
    Een mineraal uit de pyroxeengroep. 

    Epidoot
    In zwerfstenen zien we dit lichtgroene mineraal nogal eens als opvulling van scheuren en spleten.
    Soms is het rood. Het is een belangrijk mineraal in Helsinkiet. 







  • b. F-J

    • 1. Rode granaten in gneis.
    • 2. Donkere hoornblende in dioriet.
    • 3. Rode hematiet in pegmatiet.

    Glauconiet.
    Glauconiet is een groen mineraal, dat in zee ontstaat uit andere mineralen. Het komt nog al eens voor in kalksteen en zandsteen.

    Granaat.
    Dit mineraal komt geregeld voor in onze Noordelijke zwerfstenen, vooral in gneizen. Meestal zijn ze roodachtig van kleur. Vaak komen ze voor in vergruizelde toestand.

    Hematiet.
    Het mineraal hematiet behoort bij de ijzeroxides. Het is meestal rood to roodbruin van kleur.(Denk aan roest) Het komt o.a. voor in Bornholmgesteenten en kiezelconglomeraten.

    Hoornblende.
    De meest algemene amfiboolsoort. Hoornblende komt voor in zeer veel gesteenten, vaak vergezeld van biotiet in donkere aggregaten. De lange kristallen liggen zowel evenwijdig als kriskras door elkaar. Meestal zijn de kristallen niet idiomorf. Hoorblende is een basisbestanddeel van dioriet.



     

  • c. K-O

    • 1. Vrije ronde kwartsen.
    • 2. Grijsbruine kwartskorrels.
    • 3. Schitterende (plagioklaas) labradorkristallen in Larvikiet.
    • 4. Microklien in schriftgraniet.
    • 5. Donkere oeralieten in gabbro.

    Kaliveldspaat.
    Kaliveldspaat of Alkaliveldspaat is de naam voor een aantal veldspaten met kalium. Orthoklaas en microclien komen in zwerfstenen het meest voor.

    Kalkspaat.
    Een ander woord voor calciet. 

    Kwarts.
    Een veel in zwerfstenen, in verschillende kleuren, voorkomend mineraal. Het is een verbinding van silicium en zuurstof. Ook vuursteen bestaat uit kwarts. Kwarts is keihard. Kwarts (en ook vuursteen) is een gevaarlijk mineraal om te bewerken. Tijdens de bewerking komt kiezelstof vrij dat bij geregeld inademen de longziekte silicose (stoflongen) kan veroorzaken. Bij het bewerken van kwartsrijke gesteenten dienen dan ook de nodige veiligheidsmaatregelen (stofmasker) in acht te worden genomen.

    Labradoriet.
    Labradoriet is een plagioklaassoort, die in bepaalde omstandigheden een fraaie blauwachtige schittering vertoont.

    Magnetiet
    Magnetiet is een ertsmineraal, dat vooral bekend staat als ijzererts. Het komt veel voor in Noord- en Midden-Zweden. Het komt als erg kleine korreltjes nog al eens voor in allerlei donkergekleurde zwerfstenen.

    Microklien
    Een soort alkaliveldspaat, die meestal witroze van kleur is en opvallend glanst. Microklien vertoont vaak het perthietverschijnsel. In de kristal zien we dan snoertjes gerangschikte korrels van albiet. 

    Muscoviet.
    Muscoviet is het lichtgekleurde familielid van het donkere biotiet. Het mineraal staat vooral bekend als mica. Het werd vroeger veel in kolenkachels bebruikt als “raampje”. Het mineraal splijt gemakkelijk in platte plaatjes, die fel glanzen. Het komt o.a. voor in “Tweeglimmergraniet”.

    Nefelien.
    Nefelien is een vaak witachtig doorschijnend mineraal, dat nooit samen met kwarts voorkomt. Het komt nog al eens voor in gesteenten uit het Oslogebied.

    Oeraliet.
    Oeraliet is in hoornblende veranderde augiet. Het komt o.a. voor in oeralietgabbro.

    Oligoklaas.
    Oligoklaas is de meest voorkomende plagioklaassoort.Bij de beschrijving van zwerfstenen spreken we meestal gewoon van plagioklaas.

    Olivijn.
    Olivijn is een glanzend, doorschijnend geelgroen mineraal. Het komt vooral voor in basalten.



     

  • d. P-T

    • 1. Witte hoekige plagioklaaskristallen.
    • 2. Groene plagioklaas in Finse rapakivi.
    • 3. Roodbruine plagioklaas in Finse granietporfier.
    • 4. Gele titaniet in gedeformeerde Rätangraniet.

    Plagioklaas.
    Plagioklaas, ook wel eens kalkveldspaat genoemd, is een snel verwerend mineraal. Er zijn verschillende soorten. De meest algemene plagioklaassoort is “oligoklaas”. We vinden dit mineraal bijv. in rapakivi’s. Andere nog al eens voorkomende soorten zijn albiet, anorthoklaas en labradoriet. De kleur is meestal witachtig, maar ook groen- of roodachtige plagioklaas komt voor.

    Pyroxeen.
    Tot de pyroxeengroep behoren een reeks van vezelsplijtende mineralen. Gewoonlijk hebben we te maken met korte, gedronge, donkergekleurde mineralen. Ze splijten meestal volgens een rechte hoek. Dit in tegenstelling tot de amfibolen, die volgens een schuine hoek splijten. De glans van pyroxenen is glasachtig, soms metaalachtig. Gewoonlijk hebben pyroxenen een soortelijk gewicht van boven de 3.
    Om te bepalen of je met een mineraal uit de amfibool- of de pyroxeengroep hebt te maken, is het belangrijk om te kijken hoe bijv. nadat een stuk van een steen is afgeslagen, het mineraal is gespleten. Bij amfibolen loopt een splijting door het gehele mineraal. Bij pyroxenen verloopt de splijting via korte gebroken stukjes.
    De meest in zwerfstenen voorkomende pyroxenen zijn augiet, diallaag en aegirien.

    Sericiet.
    Hiermee bedoelt men kleine schubjes en aggregaatjes van muscoviet. Voor zwerfstenen uit Scandinavië is dit van geen belang.

    Serpentijn.
    Een vaak donkergroen gekleurd mineraal, dat in zwerfstenen zeer zeldzaam is. In de Alpen bestaan hele bergen uit dit fraaie mineraal.

    Titaniet.
    Titaniet is een mineraal met een diamantglans dat in verschillende kleuren kan voorkomen. In de zwerfstenen is het meestal geelachtig van kleur, soms wat bruinachtig. De mineraalvorm is “geopende enveloppeachtig” met een scherpe punt. Het komt in kleine hoeveelheden voor in allerlei gesteenten. Soms is het voorkomen kenmerkend voor een gesteente. (Gedef. Rätangraniet)
     

     

  • e. U-Z

    Hier zijn nog geen mineralen beschreven.

     

               Terug naar Mineralen                               Terug naar Startpagina