U bevindt zich hier: Home > Sedimenten > Zandstenen

Zandstenen

 


    

 

  • a. Zandstenen (Algemeen)

    • 1. Voornaamste herkomstgebieden van zandstenen.
    • 2. Zandsteen. Ertebolle. Dk.
    • 3. Detail van foto 2
    • 4. Zandsteen. Drogeham
    • 5. Detail van foto 4.

    Zandstenen algemeen. (± 1300 – 20 miljoen jaren)

    De zandstenen die tijdens het Saliën in ons land terecht zijn gekomen zijn over het algemeen tijdens twee tijdperken ontstaan.
    De oudste stenen zijn 1600-1300 miljoen jaren geleden ontstaan. Deze stenen uit het précambrium worden vaak Jotnische zandstenen genoemd. Ze zijn gewoonlijk afkomstig uit Dalarna, de Botnische Golf, de Oostzee ten noorden van Gotland of uit de Oostzee in de buurt van Estland.
    De tweede groep stenen is veel jonger. Zij zijn gevormd in het Cambrium ongeveer 550-500 miljoen jaren geleden. Deze zandstenen zijn afkomstig uit de Kalmarsund en omgeving, Zuid-Zweden, met name Schonen en Bornholm.
    Verreweg de meeste zwerfstenen horen thuis in deze twee groepen. Er zijn echter uitzonderingen. Leopardzandstenen bijv. kunnen ook veel jonger zijn.
    Zandstenen kunnen ontstaan uit zandlagen op het land, (meestal droge woestijnen), maar verreweg de meeste zijn gevormd in ondiepe zeeën. Dit valt af te leiden door de aanwezigheid in bepaalde typen van schelpfragmenten, kruipsporen van wormachtige dieren en golfribbels. Zandstenen die in het water zijn ontstaan zijn gewoonlijk wit, grijs of groen van kleur. De op het land ontstane exemplaren vaak rood.
    Zandstenen ontstaan, als afzonderlijke meestal uit kwarts en veldspaat bestaande zandkorrels, in de bodem, bedekt door andere lagen, gaan verkitten met behulp van een bindmiddel. Dit bindmiddel wordt meestal aangevoerd door doorsijpelend grondwater. In de noordelijke zwerfstenen is dit vaak kiezelzuur, maar het kan ook kalk, ijzer of klei zijn. Het bindmiddel dringt door tussen de zandkorrels en door chemische werking ontstaat een hard gesteente van aaneen gekitte zandkorrels. (Grootte 0,625-2 mm).
    Tussen de korrels bevinden zich nog poriën. Bij een afslag breekt de steen langs de korrels.
    De zandstenen die wij vinden zijn oud. Veel van deze stenen hebben dan ook blootgestaan aan chemische processen, waardoor er met name door de inwerking van kiezelzuur in de poriën een keihard gesteente is ontstaan. Het kiezelzuur bevindt zich in het grondwater, dat langzaam tot het gesteente doordringt. Deze verkitting vindt vaak plaats op geringe diepte en de zandstenen die invloed van deze processen hebben ondergaan noemt men dan ook vaak kwartsietische zandstenen. Van grote druk of hitte is bij deze processen echter geen sprake. Ook de naam Diagnetische Orthokwartsieten wordt wel gebruikt om duidelijk het onderscheid aan te geven met de z.g. Metakwartsieten, die door metamorfose op grote diepte en onder grote druk en hoge temperatuur zijn gevormd.
    Of we met een zandsteen of een vorm van kwartsiet te maken hebben is soms moeilijk te bepalen. Vuistregel is, dat bij een afslag van een stuk steen bij een zandsteen de breuk langs de korrels gaat en er bij een kwartsiet dwars door heen gaat. Bovendien zijn bij een echte zandsteen nog kleine poriën tussen de verschillende korrels aanwezig Deze zijn bij een kwartsietische zandsteen opgevuld met kiezelzuur. (Zie de foto´s 2 t/m 5)

    Veel zandstenen spreken de mensen niet erg aan. Een zandsteen zoals deze steen

    uit een zandput bij Drogeham is bepaald geen beauty.

     

    **********************************

     

  • b. Rode Dalazandstenen

    • 1. Rode zandsteen. Drogeham.
    • 2. Rode zandsteen. Omgeving Drachten
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Rode zandsteen. Veenwouden.

    Rode “Dala” zandsteen. (± 1500-1200 miljoen jaren)

    Rode Dalazandstenen zijn kwartsietisch. Deze précambrische (Jotnische) zandstenen zijn maar liefst 1200-1600 miljoen jaren oud. Deze rode stenen worden wel Dalazandsteen genoemd, ze komen lang niet allemaal uit (Noord) Dalarna. Ook de noordelijke Oostzee en de Botnische Golf horen bij de herkomstgebieden. De naam “Dalazandsteen” dient dan ook alleen om de gesteentesoort aan te geven. De herkomst van zwerfstenen in niet vast te stellen.
    Fossielen komen in deze oude gesteenten niet voor. Tijdens de vorming was er zelfs nog geen begroeiing. De stenen werden gevormd in droge woestijnen. Er was op aarde al wel genoeg zuurstof aanwezig om het in het sediment aanwezige ijzer te laten oxideren. Hierdoor ontstond hematiet, dat een huidje ging vormen rond de afzonderlijke korrels. De stenen zijn hierdoor rood van kleur.
    Veel rode zandstenen zijn précambrisch/Jotnisch. Echter niet allemaal. Ook in het Cambrium zijn rode zandstenen gevormd, bijv. op Bornholm.

    ***********************************

  • c. Glauconietzandstenen

    • 1. Glauconietzandsteen. Ertebolle. Dk.
    • 2. Glauconietzandsteen. Lyngs. Dk.
    • 3. Detail van foto 2.
    • 4. Glauconietzandsteen. Kegnaes. Dk.
    • 5. Glauconietzandsteen. Als. Dk
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Glauconietzandsteen. Gelaagd. Als. Dk.

    Glauconietzandstenen. (Ouderdom: vanaf précambrium)

    Het groene, tot de mica’s behorende mineraal glauconiet komen we veel in zandstenen tegen.
    Voor het ontstaan is het noodzakelijk, dat het sediment biotiet bevat. Onder bepaalde voorwaarden kan in ondiepe, warme zeeën, bij geringe aanvoer van sediment in een zuurstofarm milieu biotiet worden omgezet in glauconiet. Glauconiet is een extreem fijnkorrelige glimmer. Een groot aantal van deze uiterst kleine kristallen vormen kleine aggregaten van nauwelijks meer dan een mm grootte.
    Glauconiet is licht radioactief. Gesteenten waarin dit mineraal voorkomt zijn dan ook erg geschikt voor ouderdomsbepalingen. De herkomst van deze kwartsietische zandstenen is niet bekend. Bornholm wordt wel genoemd als één van de herkomstgebieden. De gelaagde Kalmarsundzandstenen worden deels bedekt door een laag fijnkorrelige Glauconietzandstenen.

     

     

  • d. Vlekkenzandsteen

    • 1. Vlekkenzandsteen. Eernewoude.
    • 2. Vlekkenzandsteen. Opende.
    • 3. Vlekkenzandsteen. Drogeham.
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Vlekkenzandsteen. Flyvesandet. Dk.
    • 6. Detail van foto 5.
    • 7. Vlekkenzandsteen. Rottum. Collectie: K. Drint.
    • 8. Detail van foto 7.
    • 9. Vlekkenzandsteen. Drachten.
    • 10. Vlekkenzandsteen. Als. Dk.
    • 11. Vlekkenzandsteen. Fjordmose Als. Dk.
    • 12. Detail van foto 11.
    • 13. Vlekkenzandsteen. Als. Dk.
    • 14. Vlekkenzandsteen. Knud Strand. Dk.
    • 15. Detail van foto 14.
    • 16. Vlekkenzandsteen. Hohwacht.
    • 17. Detail van foto16.
    • 18. Vlekkenzandsteen. Als. Dk.
    • 19. Detail van foto 19.

    Vlekkenzandsteen. (1500-1200 miljoen jaren)

    Vlekkenzandstenen zijn over het algemeen kwartsietische zandstenen. Het zijn veel voorkomende zwerfstenen. Vooral de rode Dalazandstenen met de gele vlekken zijn bekend. Het zijn Jotnische zandstenen die zijn ontstaan uit de rode Dalazandstenen zonder vlekken. De rode kleur is weer ontstaan door hematietvorming. De vlekken vormen een verhaal op zich. De stenen met de mooie cirkelvormige vlekken schijnen alleen in Dalarna voor te komen. Ze hebben verschillende namen zoals uitblekingsvlekken, verweringsvlekken of reductiecirkels. (Namen vertaald uit het Duits). Zeker is, dat de vlekken zijn ontstaan door chemische processen, die een gevolg zijn van de grote ouderdom. Hoe ze exact zijn ontstaan is echter niet bekend. Als we detailfoto 4 bekijken zien we,
    dat een aantal vlekken bestaat uit een rode kern met een gele rand. Mogelijk heeft hier slechts een gedeeltelijke verwering plaatsgevonden. (Zie de pijlen) Bij een steen op de foto’s 5 en 6 zien we weer een ander soort vlekken. De kernen bestaan uit kristallen van een ijzermineraal, waarschijnlijk hematiet. Het zou kunnen zijn, dat voor de kristallisatie ijzer uit de rand is onttrokken, waardoor een lichte kleur is ontstaan. De kleur van de steen doet vermoeden dat het herkomstgebied Dalarna is.
    De steen van de foto’s 7 en 8 vertoont eveneens opvallende vlekken. Bruine kernen met rode rand. Mogelijk zijn de vlekken weer ontstaan door oxidatie van ijzer. Het herkomstgebied en de ouderdom van deze steen is bij ons niet bekend.
    De herkomst van de Jotnische, kwartsietische vlekkenzandsteen van foto 9 is onbekend, maar de herkomst van zandstenen met deze violette kleur grondmassa moeten we zoeken in de Botnische Golf of het noorden van de Oostzee.
    De herkomst van de steen van foto 10 is onbekend.
    De stenen van de foto’s 11 t/m 15 vertonen allemaal vlekken met het mineraal glauconiet. Al deze stenen hebben een lichtgekleurde grondmassa. Dit duidt evenals de aanwezigheid van glauconiet op een ontstaan op een tropische zeebodem met witte zanden.
    Steen 16 uit het Duitse Hohwacht vertoont opvallende vlekken, die in eerste instantie doen denken aan fossielen. Het blijkt echter dat zich in de vlekken een bruinzwart mineraal bevindt tussen de korrels. Mogelijk heeft hier kristallisatie plaatsgevonden van een ijzermineraal. Uitgaande van de kleur zou zich ook manganiet kunnen zijn ontstaan.

  • e. Luipaardzandstenen. (Tijgerzandstenen)

    • 1. Luipaardzandsteen. Kås Hoved.. Dk.
    • 2. Luipaardzandsteen. Nij Beets.
    • 3. Luipaardzandsteen. Als. Dk.
    • 4. Luipaardzandsteen. Omg. Sögel. D.
    • 5. Detail van foto 2.
    • 6. Luipaardzandsteen. Zwaagwesteinde.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Luipaardzandsteen. Als. Dk.
    • 9. Luipaardzandsteen. Flyvesandet. Dk
    • 10. Luipaardzandsteen. Flyvesandet. Dk
    • 11. Luipaardzandsteen. Flyvesandet. Dk
    • 12. Detail van foto 10.

    Luipaardzandstenen. (Tijgerzandstenen)

    Luipaardzandstenen staan ook bekend onder de naam Tijgerzandsteen. Deze naam is echter niet juist omdat tijgers strepen hebben en geen vlekken. Luipaarden hebben dit wel, vandaar de naamsverandering.
    Deze stenen zijn niet ouder dan ongeveer 550 miljoen jaren. Ze zijn in verschillende gebieden gevormd en op verschillende tijden. De herkomst van zwerfstenen is niet vast te stellen.
    Het zijn over het algemeen fijnkorrelige stenen, poreus, niet erg hard en niet kwartsietisch. Ze hebben een lichte kleur. Dit duidt op een ontstaan in of bij de zee. De korrels zijn gewoonlijk niet goed verkit, omdat ijzer een slechter bindmiddel is dan kwarts. Een afslag is snel gemaakt.
    De bruine of zwarte vlekken bestaan uit ijzerroest. (ijzerhydroxide). Ook bruinzwarte manganiet (mangaanoxide) schijnt voor te komen. Bij doorgaande verwering ontstaan door vereniging van een aantal vlekken soms hele roestplekken. De buitenkanten van Luipaardzandstenen vertonen vaak “putjes”, omdat het ijzer door verwering is verdwenen. Bij gezaagde stenen vertoont het zaagvlak soms ook holtes. (Foto 4/5)
    Gezaagd en gepolijst kunnen luipaardzandstenen er fraai uitzien. Het is echter oppassen met deze stenen. Exemplaren die aan de buitenkant mooi lijken door de bruine/zwarte vlekken, kunnen van binnen helemaal vlekkenvrij zijn. De verwering heeft zich dan beperkt tot de buitenkant van de steen. Werner Schulz wijst in “Geologischer Führer” op een naar de kern van de steen afnemende verweringszone.

     

  • f. Gelaagde zandstenen 1.

    • 1. Mångsbodarnazandsteen Dalarna. Fk.
    • 2. Kalmarsundzandsteen. N.O.P.
    • 3. Kalmarsundzandsteen. Werpeloh.
    • 4. Kalmarsundzandsteen. Als
    • 5. Kalmarsundzandsteen. Opende. Gr.
    • 6. Kalmarsundzandsteen. Als. Dk.
    • 7. Gelaagde zandsteen. Zwaagwesteinde.
    • 8. Detail van foto 6.
    • 9. Gelaagde zandsteen. Nij Beets.
    • 10. Gelaagde zandsteen. Jutland.

    Gelaagde zandstenen. (± 550 miljoen jaren)

    Veel gelaagde zandstenen zijn gevormd in het Cambrium Vaak zijn ze afkomstig uit de Kalmarsund en omgeving. Deze stenen staan bekend onder de naam Kalmarsundzandsteen. Ze worden wel als gidsgesteenten beschouwd. Opvallende kenmerken zijn de karakteristieke kleuren (bruinviolet/beige) en de opvallende gelaagdheid. Gelaagde zandstenen vertonen duidelijk het verschil in samenstelling van de dunne laagjes afgezet zand. Deze laagjes zijn tijdens de verkitting goed in stand gebleven. Gewoonlijk zijn de stenen erg hard en behoren ze tot de kwartsietische zandstenen. Vooral de steen van foto10 toont dit duidelijk.
    De steen van foto 1 is een z.g. Mångsbodarnazandsteen uit Dalarna. Deze Jotnische zandstenen zijn bijna suikerkorrelig. De afwisselend lichte en donkere lagen zijn vrij dun en regelmatig.
    De stenen van de foto’s 2 t/m 6 zijn typische Kalmarsundzandstenen.
    Gewoonlijk bevatten gelaagde zandstenen geen fossielen of sporen daarvan.

    Rotsen van gelaagde zandsteen.

     

    **********************************

     

  • g. Gelaagde zandstenen 2.

    • 1. Zandsteen met kriskras gelaagdheid. Gyldendal. Dk.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Zandsteen met cross-bedding.. Ureterp.
    • 4. Detail van foto 4.
    • 5. Zandsteen met cross-bedding. Flyvesandet.
    • 6. Zandsteen met cross-bedding. Drachten
    • 7. Zandsteen met cross-bedding. Nij Beets.
    • 8. Detail van foto 7.
    • 9. Zandsteen met cross-bedding. Als Dk.

    Gelaagde zandstenen 2.

    We tonen hier enkele kwartsietische zandstenen met een opvallende gelaagdheid.
    De gelaagdheid die we zien bij de steen van foto 1 wordt wel kriskras gelaagdheid genoemd. De naam cross-bedding is hier eveneens van toepassing.
    Deze zandstenen ontstaan in ondiep water waarbij de stroming uit verschillende richtingen komt bij wisselende snelheden. Ook kunnen ze ontstaan in een duinlandschap waar de wind uit verschillende richtingen komt waardoor zand met verschillende laagrichtingen wordt afgezet. Windafzettingen zijn echter meestal dikker.

    Ook op de steen van foto 3 zien we deze kriskras gelaagdheid. Op de steen van foto 5 zien we twee lagen, die elkaar kruisen. In het bovendste deel is eigenlijk geen gelaagdheid te vinden. Opvallend is de ijzerconcentratie in het middelste gedeelte. Mogelijk is dit geïnfiltreerd vanuit het bovenste deel of bevond het ijzer zich in het sediment van deze tweede laag. Deze kriskras structuren in de gelaagdheid ontstaan door stromend water. De witte kleur doet denken aan vorming op of nabij een tropisch zandstrand. De foto’s 4 t/m 8 vertonen duidelijk een soort kruisgelaagdheid van twee verschillende lagen. Naast “scheve gelaagdheid” wordt dit verschijnsel ook wel weer “cross-bedding” genoemd. Eigenlijk is het verschil tussen "kriskras" en "schuine gelaagdheid" te verwaarlozen.
    Opvallend is de dunne laag op de grens van de twee stroomrichtingen. Dit laagje lijkt op een ijzerafzetting.
                                     Dit soort stenen kan door stromend water ontstaan in een gebied met duinvorming. Zoals al eerder gezegd, zijn door wind gevormde lagen meestal dikker dan dat bij onze stenen het geval is. Als zich in een vlak gebied een duintje vormt kunnen door van het duin afstromend water lagen ontstaan, die een hoek maken met eerder gevormde lagen.
    Een dergelijk verschijnsel kan ook voorkomen bij golfribbels die zich bevinden in het ondiepe zeegedeelte, dat de invloed ondervindt van eb en vloed. Stromend water kan sediment naar de ribbels voeren, waardoor op de windzijde een schuin laagje sediment wordt afgezet. Door wijziging van de samenstelling van het sediment kunnen dan scheve lagen van verschillende kleur ontstaan, die schuin staan op onderliggende lagen. Al met al blijft uitleg over het ontstaan van de lagen in zwerfstenen m.i. wat zogenaamd “natte vingerwerk”. Het probleem is namelijk, dat het wel eens moeilijk is om te bepalen, wat de echte boven- en onderkant van de steen is.

  • h. Chiasmazandsteen

    • 1. Chiasmazandsteen. Naesby Dale. Dk
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Chiasmazandsteen. Hohwacht. D.
    • 4. Detail van foto 3.
    • 5. Chiasmazandsteen. Eernewoude.

    Chiasmazandstenen. (Onder cambrium. 542-513 miljoen jaren)

    Chiasmazandstenen komen alleen voor in het gebied van de Kalmarsund. Ze zijn dus eigenlijk te beschouwen als gidsgesteenten. Het woord “Chiasma” is afkomstig van het Griekse woord voor “kruising”. Chiasmazandstenen horen bij de gelaagde, kwartsietische zandstenen. De verschillende sedimentlagen worden echter onder verschillende hoeken doorsneden door strepen/banden. Deze zijn ontstaan, doordat infiltratie van (zee)water zorgde voor het ontstaan van smalle banen ijzerhydroxide.
    Deze ijzerhydroxide werd omgezet in hematiet. Door dit proces ontstonden stenen die vooral op een gezaagd en gepolijst vlak voor een fraaie aanblik zorgen.
    Chiasmazandstenen worden in Nederland niet veel gevonden
    .

     

  • i. Golfzandsteen

    • 1. Golfzandsteen. N.O.P.
    • 2. Golfzandsteen. Nij Beets.
    • 3. Golfzandzandsteen. Veenwouden.
    • 4. Golfzandsteen. Zwaagwesteinde.
    • 5. Golfzandsteen. Jutland.
    • 6. Kwartsietische zandsteen met golfribbels. Kås Hoved. Dk
    • 7. Golfzandsteen. Frydendal. Als. Dk

    Golfzandsteen. (Tot 1500 miljoen jaren)

    Golfzandstenen doen denken aan een zandstrand met door water en/of wind gevormde golfribbels of door de wind in droog duinzand gevormde ribbels. Toen de golfjes waren gevormd, heeft kiezelzuur er voor gezorgd dat korrels werden verkit en er een zandsteen ontstond. Latere infiltraties van kiezelzuur hebben gezorgd voor keiharde kwartsietische stenen. De herkomst van de platte stenen is vaak moeilijk vast te stellen.
    Roodgekleurde typen komen mogelijk uit Dalarna, het noordelijke Oostzeegebied of de Botnische Golf. Deze stenen bevatten geen hematiet. De stenen uit de Kalmarsund en omgeving hebben vaak dezelfde kleur als de Skolithoszandstenen.
    Golfzandstenen kunnen ook afkomstig zijn van Bornholm.
    De stroomrichting van het water is vaak wel te bepalen. Aan de kant waar het water vandaan kwam is de golf minder steil dan aan de andere kant. We geven d.m.v. pijlen bij enkele stenen de golfrichting aan.

     

     

  • j. Skolithoszandstenen.

    • 1. Scolithoszandsteen. Zwaagwesteinde.
    • 2. Scolithoszandsteen. Wezuperbrug.
    • 3. Skolithoszandsteen. Drachten.
    • 4. Skolithoszandsteen van de Kalmarsund. Als Dk.
    • 5. Skolithoszandsteen van de Kalmarsund. Als Dk.
    • 6. Scolithoszandsteen. Drachten.
    • 7. Detail van foto 6.
    • 8. Skolithoszandsteen van de Kalmarsund. Als Dk.
    • 9. Scolithoszandsteen. Wezuperbrug.
    • 10. Detail van foto 9.

    Skolithos linearis zandstenen. (540 - 520 miljoen jaren)

    Skolithoszandstenen komen voor bij de Kalmarsund, de Kinnekulle Oost-Schonen en Bornholm.
    Kort voor het begin van het Cambrium ontwikkelden zich op aarde hoger georganiseerde levensvormen. Uit deze beginperiode van leven op aarde zijn geen fossielen overgebleven. In de zwerfstenen vinden we slechts sporen van dieren die in die tijd moeten hebben geleefd.
    De Skolithoszandstenen zijn de oudste stenen, die fossielresten bevatten. De buizen zijn vervaardigd goor een wormachtig dier, dat men Skolithos Linearis heeft genoemd. Deze dieren leefden van plankton. De levenswijze kwam waarschijnlijk voor een groot deel overeen met die van de Sabellaria kokerworm, die voorkomt in het waddengebied. Deze dieren komen voor in koloniën op plaatsen waar veel zand opwervelt door de beweging van het zeewater.
    De buizen in de Scolithoszandstenen staan altijd loodrecht op de afzettingslaag. Gewoonlijk zijn het vrij korte buizen maar volgens W. Schulz in :”Geologischer Führer” zijn er aan de oostkust van Schonen buizen gevonden met een lengte van 50 cm. (Omg. Brantevik) De buizen zijn gewoonlijk gevuld met hetzelfde sediment als de omgeving. De wanden werden mogelijk bekleed met een soort slijm. Bij het vervaardigen van de gangen werden de grondlagen niet verstoord.
    Opvallend zijn de Scolithoszandstenen uit de Kalmarsund. In deze stenen zijn de buizen rood gekleurd door de aanwezigheid van het ijzermineraal hematiet (Foto’s 5 t/m 8) Deze soort Skolithoszandstenen komen alleen voor aan de Kalmarsund. Het zijn dus eigenlijk gidsgesteenten.
    Skolithoszandstenen komen voor in verschillende soorten. Aan de hand van de vorming van de gangen onderscheidt W. Schulz drie soorten.

     

     

    Soort 1. Zie ook foto 6.                                                                          Soort 2. Zie ook foto 8.

     

    Het eerste type komt niet zo veel voor. De buizen zijn smal (1,2 – 2 mm) Ze liggen dicht naast elkaar
    Het tweede type is het meest voorkomende. De buizen hebben een doorsnede van 2,5 – 4 mm. Ze liggen verder uit elkaar dan de buizen van type 1.

     

    Soort 3. Zie ook foto 9.

     

    Het derde type heeft dikke buizen van 6 – 7 mm met in het midden een centraal kanaal van ongeveer 2,5 mm. Dit type wordt ook wel “Kokerzandsteen” genoemd. Het type is vrij zeldzaam.

     

    **********************************


     


  • k. Zandstenen met Monocraterion.

    • 1. Zandsteen met Monocraterion. Emmerschans.
    • 2. Zandsteen met Monocraterion. Schuilenburg.
    • 3. Detail van steen 2.
    • 4. Zandsteen met Monocraterion. Flyvesandet. Dk.
    • 5. Zandsteen met Monocraterion. Als. Dk
    • 6. Detail van steen 5.

    Zandstenen met monocraterion. (± 540 milj. jaren)

    Deze soort sporenzandsteen komt voor in de Zweedse provincie Västergötland. Ze zijn gevormd uit afzettingen in een ondiepe zee.
    Een dier dat men Monocraterion Tentaculatum heeft genoemd, groef evenals Skolithos Linearis, de buis loodrecht op de aardlagen en maakte aan de buis een trechtervormig boveneind. Als er een nieuwe laag zand werd afgezet, werd het dier gedwongen een nieuwe trechter te maken. Zo zijn soms hele reeksen boven elkaar liggende , ineen geschoven trechters ontstaan.
    Tegenwoordig komt in de Oostzee een wadpier voor, die dezelfde soort trechters maakt.

    ()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()()

  • l. Zandstenen met Diplocraterion.

    • 1. Zandsteen met Diplocraterion. Fünen. Dk.
    • 2. Detail van de onderkant van steen 1.
    • 3. Zandsteen met Diplocraterion. Flyvesandet. Fünen. Dk
    • 4. Detail van foto 3.

    Zandstenen met Diplocraterion. (± 540 milj. jaren)

    Een sporenzandsteen die voorkomt in Zuid-Zweden en op Bornholm.
    Het wadpierachtige dier, dat de Diplocraterion sporen naliet, maakte U vormige buizen, die loodrecht op de sedimentlaag staan. De twee parallelle buizen hebben een afstand van ongeveer 1,8 tot 3 cm. Ze omsluiten een stukje zand die wel de “Spreite” wordt genoemd. Het zand van de Spreite is verzakt vanwege het graven van de U vormige buis. (Zie de foto hieronder)
    Het is lastig om stenen te vinden met lengte doorsneden van de buis en de Spreite. Meestal vinden we stenen met horizontale doorsneden. Deze stenen tonen dan een staafje tot ongeveer 3 cm lengte met aan de uiteinden de doorsneden van de buis. Onze stenen horen bij deze exemplaren. (Zie foto 2.)
    Diplocraterion komt weinig voor in rotsen met veel Monocraterion.

    De witte pijl toont de Spreite.

     

    =========================================

     

  • m. Zandstenen met levenssporen 1.

    • 1. Sprorenzandsteen. Opende.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Sporenzandsteen Als. Dk.
    • 4. Sporenzandsteen. Flyvesandet. Dk.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Sporenzandsteen. Als. Dk.

    Zandstenen met levenssporen.  "Scolithos Errans".

    De kwartsietische zandstenen hierboven vertonen allemaal buisvormige graafgangen, die in alle richtingen het gesteente doorkruisen. Ze zijn niet gelaagd. Een onbekende diersoort heeft deze gangen gegraven. De buizen lijken op die van Skolithos Lineairis, maar ze zijn dikker en staan bovendien niet loodrecht op de sedimentlaag. De gangen onderscheiden zich in kleur duidelijk van het sediment waaruit de stenen zijn ontstaan. Ze zijn witter van kleur. Vaak is de binnenzijde van de gangwand donkerder dan de rest. Het dier bekleedde de wanden blijkbaar met een onbekend iets. De gangen doorkruisen het gesteente in alle richtingen. Ze vormen daardoor figuren, die wel iets weg hebben van kraaienpoten. In Zweden noemt men deze stenen dan ook wel “Kråksten” wat zoiets betekent als “Kraaiensteen”.
    Vroeger noemde men dit graafsporen van “Skolithos Errans”, maar het is inmiddels duidelijk geworden, dat deze sporen door een dier zijn gegraven, die geen verwantschap vertoonde met Scolithos.

    <><><><><><><><><><><><><><><><>


     

  • n. Zandstenen met levenssporen 2.

    • 1. Zandsteen met bioturbatie. Veenwouden.
    • 2. Zandsteen met bioturbatie. Drachten.
    • 3. Zandsteen met bioturbatie. Flyvesandet. Dk.
    • 4. Zandsteen met graassporen. Flyvesandet. Dk.
    • 5. Zandsteen met graassporen. Oostwold.
    • 6. Detail van foto 5.

    Zandstenen met levenssporen 2.  Bioturbatie en graassporen.

    In de stenen van de foto’s 1 t/m 3 zijn de oorspronkelijke lagen door graafactiviteiten sterk verstoord. Het proces waarbij de oorspronkelijke lagen door dierlijke activiteiten sterk door elkaar worden gewoeld noemt men bioturbatie. Ouderdom, herkomst en de diersoorten die de verstoring veroorzaakten zijn niet bekend.
    Op de stenen van de foto’s 4 t/m 7 zien we een wirwar van kleine kruipsporen. Ze zijn gevormd door kleine diertjes die over het zand kropen op zoek naar voedsel. Diertjes zoals wormen, weekdieren en slakken. Waarschijnlijk vonden deze activiteiten plaats op strandzand. Dit vanwege de lichte kleur van het sediment. Men noemt deze kruipsporen “graassporen”.

    ******************************************

     

     

     

  • o. Zandstenen (Overige)

    • 1. Pectenzandsteen. Nij Beets.
    • 2. Detail van foto 1.
    • 3. Zandsteen met fossielen en glauconiet. Nij Beets
    • 4. Zandsteen. Veldspaatrijk. Opende.
    • 5. Detail van foto 4.
    • 6. Zandsteen met versteende plantenresten. Gyldendal. Dk.
    • 7. Zandsteen. Buitenpost.
    • 8. Detail van foto 5.

    Zandstenen. (Overige)

    Fossielen in zandstenen zijn vaak schelpen. Steen 1 bevat schelpen van het weekdierengeslacht “Pecten”. Op foto 2 toont een duidelijk voorbeeld. Pecten komen voor vanaf het vroeg carboon. Stenen die fossielen van Pecten bevatten kunnen dus niet ouder zijn dan ongeveer 350 miljoen jaren.
    De steen van foto 3 bevat naast onbekende fossielen ook glauconiet.
    De foto’s 4 en 5 tonen weer een geheel andere steen. We zien hier een steen die waarschijnlijk is gevormd door twee stroomsnelheden. Tijdens de snelle stroming werden de kiezels afgezet. Bij de langzame stroming werden de kiezels in een eerder stadium afgezet en bleven de zandkorrels over. Welke stroming het eerst plaatsvond is niet op te maken. Opvallend zijn de melkkleurige kwartsen. (Foto 5) Het schijnt dat de aanwezigheid hiervan, wijst naar een herkomst in Dalarna.
    De strandsteen van foto 6 is afkomstig uit de klif van Gyldendal bij de Limfjord. De steen bestaat eigenlijk uit een aantal dunne platen zeer fijne zandsteen. Bij een niet al te harde hamerslag breekt de steen via deze lagen. (Zie de foto onder) In één van de lagen zaten deze plantenresten.
    Over herkomst en ouderdom van deze steen is ons niets bekend,
    De foto’s 7 en 8 tonen een steen met wat kleine kaliveldspaatjes.

     

     

     

        Terug naar sedimenten                            Terug naar Startpagina